Archive for the ‘staat’ Category

Voor de 80ste verjaardag van het begin van de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) beginnen we een serie artikelen over deze belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van de klassenstrijd. In ons eerste artikel willen we nauwkeurig verdiepen in de geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling van het kapitalisme in Spanje. We analyseerden ook het ontstaan en de ontwikkeling van de Spaanse geïnstitutionaliseerde arbeidersbeweging in de vorm van zogenaamde arbeiderspartijen en -vakbonden voor het binnenskapitalistische conflict.

De ontstaan en de ontwikkeling van het Spaanse kapitalisme

Om de Spaanse Burgeroorlog tussen 1936 en 1939 te begrijpen, moet men zich met de ontwikkeling van het Spaanse kapitalisme tot de “uitbraak” van deze binnenskapitalistische conflict bezighouden. Want de ontwikkeling van het Spaanse nationale kapitaal niet in een luchtledige ruimte plaatsvond, maar in het kader van het wereldkapitalisme, zullen we deze wederzijdse betrekking in het oog houden. Voor de sociaal revolutionairen is het kapitaal in de eerste plaats een sociale verhouding tussen de bourgeoisie (min of meer groot landeigenaren, kapitalisten, hoge economische managers, hoog niveau professionele politici en hoge civiele en militaire ambtenaren) en het proletariaat (de loontrekkende arbeid(st)erklasse en de non-loon werkende bezitloze lagen), met de kleinburgerij (kleine boer(in)en, handwerk(st)ers en kleine handelaren als klassieke bezittende kleinburgerij met privébezit van de productiemiddelen, door de positie en onderwijs geprivilegieerde loon afhankelijke kleinburgerij [ingenieurs, politieagenten, artsen, docenten …] alsook kleine professionele politici die nog niet volledig door de bourgeoisie erkend zijn) als buffer. Dus geven we onze korte inzicht in de Spaanse kapitalisme als een verhaal van klassenstrijden. Net als de sociaal-economische ontwikkeling van het Spaanse nationale kapitaal alleen in de wederzijdse betrekking met de andere nationale kapitalen – die samen het wereldkapitaal vormen –  te begrijpen is, is de ontwikkeling van het proletariaat en de geïnstitutionaliseerde arbeidersbeweging in Spanje alleen in relatie tot het wereldproletariaat en de internationale geïnstitutionaliseerde arbeidersbeweging te begrijpen. We vertellen het verhaal van de Spaanse proletariaat als het ene deel van het wereldproletariaat.

Spanje gaf door de Europese “ontdekking” en kolonisatie van Amerika van de late 15de eeuw heel veel impulsen voor de ontwikkeling van het moderne wereldkapitalisme, als de Spaanse bourgeoisie voor zichzelf kon opstrijken. Door de grote Europese “ontdekkingen” – met Spanje als hun grote pionier – werden externe omstandigheden voor de groei van het continentale  handel- en financiële kapitaal gecreëerd. De productie was in deze tijd nog niet kapitalistisch maar feodal-landbouweerlijk in de landbouw en kleinburgerlijk in de steden. Maar de kleinburgerlijk geproduceerde goederen werden door het handelskapitaal naar verre markten verkocht. Door de koloniale uitplundering van Amerika belandden door de handelsbourgeoisie ook Amerikaanse producten op de Europese markten. Toch Spanje als heerser van Zuid-Amerika maakte niet de glanzende kapitalistische carrière door als Nederland de voormalige Spaanse kolonie en eerste handelsnatie en Groot-Brittannië als de eerste industriële natie. Dit kan alleen worden verklaard door het feit dat onder de invloed van interne en externe factoren van het kapitalisme in Spanje minder ontwikkeld was dan in Nederland of Groot Brittannië.

Een belangrijke factor in de ontwikkeling van het kapitalisme – in het begin in het kader van het feodalisme en dan buiten – was de verovering van de staatsmacht door de bourgeoisie, waardoor de politiek een burgerlijk politiek werd. Een overgangsvorm van de feodaal – nog sterk regionaal versplitst – staat in vergelijking met de moderne burgerlijke natiestaat was absolutisme. De regionale en provinciale edelenmacht wordt door het absolutisme ten gunste van de centrale macht van monarchen enorm beperkt. Dit centralisme was een belangrijke voorvorm van moderne burgerlijke staat die vanzelfsprekend van meteen aan begin als machtsapparaat van de bourgeoisie sociaalreactionair was. Toch de absolute machtaanmatiging van monarchen richtte zich niet alleen tegen de oude adel maar ook tegen de groeiende bourgeoisie. Daarom moest absolutisme als een overgangsfase tussen feodalisme en het kapitalisme overwonnen worden – door burgerlijke staatsvormen als constitutionele een dergelijke van de overheid (dwz, parlementairs controlerend) monarchie, democratische republiek of een militaire dictatuur. De eerste burgerlijke staatvormen werden door de Nederlandse en Engels bourgeoisie veroverd, waardoor zij de politieke voorwaarden voor de economische ontwikkeling van het kapitalisme schiepen. (more…)

Advertisements

Dit artikel gaat over vraagstukken van de strijd tegen het kapitalisme, het terrein van de strijd tegen het systeem en de organisatiemethoden en taken van de sociaalrevolutionaire groepen. Het artikel biedt ook een radicale kritiek op de democratie, het “socialisme” en de daaruitvolgende behoefte aan een breuk van sociale revolutionairen met de politieke linkse moeras.

Volgens sociaal-revolutionairen moet de strijd tegen het kapitalisme duidelijk als een sociale verhouding worden gevoerd. Wanneer de “radicale” linkse groepen op ontelbare demonstraties zich “bovendien ook” tegen het kapitalisme uitspreken maar hier en nu de rol spelen van de linkerzijde van de democratische staat, dan kan men deze strijd niet een echte strijd tegen het kapitalisme noemen.

Het kapitalisme kan niet door demonstraties vernietigd worden. De primaire plaats van de strijd tegen het kapitalisme is niet de straat maar de plekken waar de macht van het kapitaal en de staat wordt geproduceerd: in de bedrijven, kantoren, laboratoria, scholen en universiteiten. Alleen daar kan het kapitalisme ook ten val worden gebracht. Door de klassenstrijd. In de meeste gevallen stelt de klassenstrijd zich reproductieve doelen, zoals hogere lonen, kortere werktijden en het behoud van productielocaties. Maar de arbeidSTers kunnen zich in deze reproductieve strijd radicaliseren tot een revolutionair zijn en bewustzijn komen. Net als tijdens de crisis in Duitsland na de Eerste Wereldoorlog (1918-1923), toen een revolutionaire laag van arbeidSTers bestond, die zowel door de linkervleugel van de burgerlijke politiek (Sociaaldemocratie, Partij-“Communisme” en “Anarcho”-Syndikalisme) als door de rechtervleugel daarvan (Conservatieven en Nazis) werd vernietigd of geïntegreerd.

Zelfs nu bevat de reproductieve klassenstrijd revolutionaire tendensen. De arbeiders werken langzaam, eigenen zich producten en productiemiddelen toe. En er ontstaan onzichtbare structuren voor het netwerken van collega’s in de strijd tegen het kapitaal en de staat. Juist op deze – vaak instinctieve en nog niet bewuste revolutionaire tendensen van de reproductieve klassenstrijd moeten de sociale revolutionairen op bewuste wijze aanknopen. We hangen niet aan de staart van de aangepaste vakbondsbureaucratie, zoals de overgrote meerderheid van de politieke linksen doet.

Het zwaartepunt van de klassenstrijd kan zich alleen in het kapitalistische productieproces bevinden. Dit maakt de straat nog steeds belangrijk maar van ondergeschikt belang. Maar het hoofdstrijdterrein van zelfs de “radicaalste” linkse groep is de straat, waardoor ze alleen al om deze reden voor de echte antikapitalistische strijd ongeschikt is. De strijd tegen het kapitalisme betekent de vernietiging van alle staatsvormen van het kapitaal, dat wil ook zeggen de vernietiging van de democratie en “socialisme”. Die twee staatsvormen die de brave linksen niet bestrijden, maar willen verdedigen tegen rechts.

De strijd tegen het kapitalisme sluit niet uit, maar houdt juist in dat we de nazi’s, waar dat nodig, zinvol en mogelijk is – klappen verkopen maar zonder de ideologie van antifascisme. We verdedigen de democratie niet tegen de nazi’s, maar wij strijden tegelijkertijd tegen de democratie en de nazi’s. En we vergeten daarbij niet dat antifascisme ook deel uitmaakt van de burgerlijke politiek, die principieel bestreden moet worden.

De revolutionaire organen, die grote delen van het proletariaat omvatten en een instrument van zelfgeorganisereerde klassenstrijd zijn, kunnen alleen tijdens de sociale revolutie ontstaan. Maar de huidige sociale revolutionairen moeten zich nu al organiseren – los van de linksen die niet in staat zijn om zich praktisch en bewust van het kapitaal en de staat te bevrijden.

Sociaalrevolutionaire groepen mogen niet hetzelfde zijn als partijen of vakbonden. Zij mogen in zichzelf geen co-management van loonarbeid en de politiek dulden. In hen moet een permanente strijd tegen interne bureaucratiseringsprocessen uitgevoerd worden. Dat er in sociaalrevolutionaire groepen geen full-time functionarissen mogen zijn, is vanzelfsprekend. Maar daarmee is de strijd tegen de burgerlijke organisatiestructuren in de rijen van de revolutionairen geenszins afgelopen. Ook de vaardigheden van revolutionairen zijn verschillend ontwikkeld. Dus hoe kan men het beste voorkomen dat bijzonder bekwame kameraden een nieuwe hiërarchie vormen? Waardoor kan men bereiken dat alle kameraden, ook degenen die het moeilijker vinden, actief aan de revolutionaire activiteit deelnemen? Zulke problemen zullen binnen het kapitalisme nooit volledig opgelost kunnen worden. De strijd tegen de reproductie van de klassenmaatschappij in de eigen gelederen is een voortdurend proces. En hij moet consequent en bewust gevoerd worden.

Dat geldt ook voor de strijd tegen alle tendensen tot zelfoverschatting en voorhoede binnen de sociaalrevolutionaire groepen. Want ze zijn niet de leiding van het wereldproletariaat en kunnen het ook helemaal niet zijn. Zij kunnen bij de radicalisering van het proletarische klasse-zijn en bewustzijn belangrijke impulsen geven en processen versnellen – niet meer en ook niet minder. Sociaalrevolutionaire kleine groepen moeten niet denken dat ze als marxistische partijen en anarcho-syndicalistische vakbonden de toekomstige massaorganen van de sociale revolutie zijn. Want de toekomstige revolutionaire massaorganisaties kunnen alleen door de meerderheid van het proletariaat in de sociale revolutie geschapen worden, maar niet door de revolutionaire minderheden al vóór de revolutie.

In maatschappelijke crisissituaties kan de reproductieve klassenstrijd van het proletariaat zich radicaliseren tot de sociale revolutie. Het proletariaat zal in de revolutionaire situatie zijn organen van strijd moeten vormen. Hoe deze er concreet zullen uitzien, kan nu nog niet gezegd worden. In het verleden namen de potentieel en de tendentieël revolutionaire massaorganisaties de vorm aan van arbeidSTersraden, onafhankelijke stakingscomités en algemene vergaderingen. Helaas waren deze historische massaorganisaties van zelfgeorganiseerde proletarische klassenstrijd alleen tendentieël en potentieel sociaal revolutionair. Zij hadden helaas objectief en subjectief niet de kracht de sociale revolutie bewust tot overwinning te brengen! Het proletariaat, drager van het revolutionaire proces, was sociaal te zwak en mentaal te weinig bewust om de kapitalistische warenproductie en de staat op te heffen.

Onder andere lag dat eraan, dat de proletariër/sters nog niet bewust antipolitiek waren – ondanks de aanwezigheid van antipolitieke instincten. Zo konden steeds opnieuw groot- en kleinburgerlijke politici in de organen van de proletarische klassenstrijd binnendringen en hen een reactionaire streek spelen. Zo was het in 1917, toen tussen februari en oktober (volgens de oude Russische kalender) kleinburgerlijke privaatkapitalistische krachten de sovjets (raden) beheersten. En zo was het na de oktober 1917, toen de kleinburgerlijke politieke kracht van het bolsjewisme met de hulp van de Sovjets de regeringsmacht veroverde en zich in een grootbureaucratisch-staatskapitalistische kracht veranderde. In 1979 in Iran lukte het islamistische mullahs tijdens de anti-sjah beweging in de raden van stakende oliearbeidSTers voet aan de grond te krijgen en daarmee de politieke macht in het land te veroveren.

Proletarische revolutionairen moeten, als zich in de sociale revolutie massaorganen van zelfgeorganiseerde klassenstrijd ontwikkeld hebben, hun eigen tot dan toe kleine groepen tendentieël in deze oplossen. Wat tot dan toe de kracht was van de revolutionaire kleine groepen, hun bewuste helderheid, moeten zich met de kracht van de tendentieël en potentieel revolutionaire massaorganisaties van de zelfgeorganiseerde klassenstrijd, namelijk om de materiële kracht en sterkte van het proletariaat georganiseerd tot uitdrukking te brengen, versmelten om tot een bewuste kracht van de sociale revolutie te worden!

Het sociale wereldrevolutie kan niet anders zijn dan een permanente keten van vernietiging van alle nationale staten. Tegelijkertijd moet de warenproductie wereldwijd worden opgeheven. Daardoor heft het wereldproletariaat zichzelf revolutionair op en kan het zich veranderen in een wereldwijde federatie van vrije producenten, die solidair en collectief over de productiemiddelen en producten beschikken. De globale klassen- en staatloze maatschappij is een noodwendigheid voor het wereldproletariaat om hun eigen ellende op te heffen. En zolang de kapitalistische sociale reactie nog niet ieder menselijk leven uitgeroeid heeft – waartoe zij helaas de mogelijkheid heeft – is de klassenloze maatschappij ook een materiaal verankerde mogelijkheid. De revolutionaire mogelijkheden van het wereldproletariaat worden nu al zichtbaar in de revolutionaire tendensen van de reproductieve klassenstrijd. En de sociaalrevolutionaire kleine groepen zijn nu reeds de bewuste uitdrukking van de revolutionaire mogelijkheden van het wereldproletariaat.

Sociaalrevolutionaire groepen opbouwen om strijd te voeren tegen de reactionaire driehoek die de democratische staat, de nazi’s en antifascisme vormen! Deze driehoek is een politiek verschijnsel dat sociaaleconomisch door de kapitalistische productiewijze wordt gevoed en op deze is gebaseerd. Regerend democraten, nazi’s en antifascisten reproduceren de burgerlijke politiek als een maatschappelijke randvoorwaarde van de kapitalistische uitbuiting, waarvan ook de politiek leeft. Alleen de proletarische klassenstrijd tegen het kapitaal en de staat kan het reactionaire handelen van de democratische staat en zijn linker- en rechterzijde beëindigen!

De staat als ideale collectieve kapitalist is met inbegrip van zijn nazi’s en antifascisten nog belangrijk sterker dan de proletarische revolutionairen. De laatsten zijn nu nog erg zwak omdat het praktische en bewustzijnsniveau van de klassenstrijd nog relatief laag is. Maar wanneer de klassenstrijd radicaliseert, zal ook de sociale laag van bewuste proletarische revolutionairen toenemen. In de mogelijke sociale revolutie zal het proletariaat de staat en zijn nazi’s moeten verslaan!

De mogelijke sociale revolutie zal van de politiek linksen niets overlaten. Hun bewust burgerlijk reactionaire delen zullen zich aan de kant van de contrarevolutie plaatsen, terwijl niet weinige hulpeloze linkse kleinburgSTers tussen revolutie en contrarevolutie zullen aarzelen. Alleen het meest eerlijke en meest proletarische deel van de huidige kleinburgerlijk-politieke linksen zal zich in een sociaal revolutionaire kracht kunnen veranderen. Dit zich radicaliserende deel van voormalige politieke linksen zal op de daadkrachtige solidariteit van die proletarische revolutionairen ontmoeten die zich al lang voor hen zelfstandig in sociaalrevolutionaire groepen organiseerden. De bewuste en voorwaarts stuwende subjecten van de sociale revolutie zullen dus de leden van de hedendaagse sociaalrevolutionaire groepen zijn, het meest eerlijke en meest proletarische deel van de voormalige politieke linksen en vroeger relatief passieve proletariër/sters zijn. Kort samengevat: de kleinburgerlijk-politieke linksen samen met hun antifascisme worden verdeeld en vermalen tussen de grootburgerlijke reactie en de proletarische revolutie.

Hoewel dit jaar de protesten tegen de top van de G8 zijn gedecentraliseerd over de hele wereld, maar in zijn essentie en aantrekkingskracht zijn ze net als voorheen. Zoals altijd, aan de ene kant zijn er politici, kapitalisten en de heersende elite van de wereld, aan de andere tegenstanders van de “Big Eight”. Duizenden mensen marcheren om na de schadeloze toneelstuk voor de staat en het kapitaal naar huis te gaan en beginnen te werken als voorheen. Overal waar het kapitalisme dagelijks zelf reproduceert, waar we het(kapitalisme) dagelijks reproduceren door middel van loonarbeid in de fabrieken of in kantoren en magazijnen. Met een concrete strijd bij de plaatsen waar wij wonen en werken, hebben anti -G8- protesten en dit hele demoturizme niets mee te maken.

 

Kritiek en strijd moeten concreet worden!
In een van de oproepen van de tegenstanders “Big Eight”, die dit jaar zal worden gehouden in het stadje Deauville in Frankrijk gaat over de wereld oorlogen, honger, sociale ongelijkheid, over de vernietiging van de ecosystemen, de muren tegen immigranten en vluchtelingen, zelfs over “onrechtvaardige wereld handel”. En wat gebeurt met onze concrete problemen in onze bedrijven, scholen en universiteiten? Geen woord over de werkloosheid, stijgende huren en voorzieningen, over de noodzakelijkheid van de betalingen en het kopen voor alles, over onze alledaagse situaties op het werk. Geen woord over onze dagelijkse problemen en zorgen en ook geen woord over onze wensen en dromen. In de oproep zijn er zelfs geen woorden over strijd, arbeidersstrijd en stakingen.

Vervolgens komt de kwestie van de “globalisering in het belang van de meeste mensen”, de “eerlijke verhoudingen tussen geïndustrialiseerde landen en de Derde Wereld”, over “vrede, rechtvaardigheid, sociale zekerheid en natuurlijk de democratie”. De kritiek van de kapitalistische verhoudingen die de basisprincipes van de democratie en de (markt) eerlijkheid zijn, de kritiek van de loonarbeid, staat en het kapitaal zijn volledig afwezig. Voor ons is elke handel is een handel van de menselijke armoede, voor ons zijn alle staten gevangenissen, voor ons is de kapitalistische wereld een voorwaarde voor een kapitalistische oorlog, voor ons is democratie de politieke vorm van heerschappij van de dictatuur van het kapitaal. 

Tegen de vrijheid en gelijkheid van het kapitaal!

Verder schrijven de organisatoren van de protesten “over samenleving van mensen op basis van solidariteit en gelijkheid” en “een wereld zonder oorlog”. Maar onder kapitalistische verhoudingen is het simpelweg niet mogelijk omdat de basis van deze verhoudingen de kapitalistische concurrentie is zowel tussen verschillende landen als tussen grote bedrijven en de arbeiders zelf. Deze maatschappij is in een permanente crisis, die een sociale oorlog betekent tegen ons en onze arbeidsvoorwaarden en het leven.In een van de overige beroepen onder de naam “Make Capitalism History” zegt men aan de ene kant dat het niet om het “verbeteren kapitalisme” gaat maar aan de andere kant wordt er geëist voor een “wereldwijde vrijheid van beweging”, “absolute bestaansminimum” en “globale sociale rechten”. Maar wat hebben zulke eisen en de wens “Make Capitalism History” gemeen? Zij eisen nog “gelijke rechten en normen over de hele wereld”. Onder deze rechten vallen het recht om onze arbeidskracht te verkopen, ons recht op sociale woningbouw en werkloosheidsuitkering. Dit alles is gepresenteerd als het mindere kwaad. Maar is dat echt alles wat we willen in het leven?Van linksen kunt u ook vaak horen dat de “G8” is een “zelfbenoemde en illegale wereld van de overheid zonder democratische legitimiteit”. Maar wat zou veranderen in het beleid of de gemeenschapbetrekking als we onze eigen heersers en bazen in een democratische manier gekozen zouden hebben? Zouden er geen uitbuiting en vernedering zijn?

Het kapitalisme breekt niet door middel van demonstraties
Het probleem is niet in de G8. De dagelijkse uitbuiting bestond al lang voordat de “Grote Acht” ontstond. Ook onze ellendige situatie is niet het resultaat van een aantal fouten van managers. Kapitalisme is een systeem van sociale verhoudingen die vernietigd kunnen worden door een concrete maatschappelijke strijd. Dit is geen vergadering die geblokkeerd kan worden of een product dat geboycot kan worden.We hebben geen markt nodig om te begrijpen wat onze behoeftes zijn, noch de staat en het kapitaal om hen te bevredigen. Integendeel, we moeten voor onze behoeftes de staat, markt en kapitaal afschaffen. We hebben geen (alternatieve) politici nodig, die voor ons zeggen of een sociale staat, die zorg neemt voor ons. Het bevrijden uit de armoede kunnen alleen wij zelf. De echte strijd tegen het kapitalisme begint aan de andere kant van het dagelijkse toneelstuk. Onze toekomst zien wij niet in de hervorming van het kapitalisme maar in de vernietiging van het kapitalistisch systeem en de economie.

Net als in de Eerste Wereldoorlog was er in de Tweede Wereldoorlog aan beide zijden sprake van imperialistische en concurrerende oorlog van de imperialistische landen en de massale slachting van het proletariaat. Hierbij vormde het antifascisme van de geallieerden een rechtvaardiging voor hen. Hoewel het anders was in vorm, was haar imperialistische aard niet anders dan die van het fascisme. Het tegenover elkaar stellen van het fascisme en antifascisme vormde de rechtvaardiging voor het mobiliseren en het motiveren van mensen in de oorlogvoerende landen. De heersende klassen van de geallieerden hadden een antifascistische mythe nodig, dat wil zeggen: een “Rechtvaardige” oorlog, die de werkelijke imperialistische aard te verhulde en dezelfde oorsprong van de democratie en het fascisme verborg. Niet alleen de nazi’s hadden een monopolie op geweld, maar ook de geallieerden gebruikten terreur en moord tegen de burgerbevolking. Zoals de tapijtbombardementen op de Duitse steden, de massale verkrachtingen van de vrouwelijke bevolking in de bezette gebieden door de geallieerden, de deportatie van mensen uit Polen en Oost-Pruisen, de atomaire bombardementen op Hiroshima en Nagasaki, de mishandeling van de Duitse krijgsgevangenen in Sovjet Unie, etc. Het laten zien van de wreedheden van de Nazi`s in de concentratiekampen met betrekking tot de joden en dwangarbeiders uit het Oosten, rechtvaardigde van antifascistische zijde hun eigen misdaden. In feite, onder de noemer van het “edele” antifascisme verhulden de geallieerden de concrete materiële belangen van hun staten en kapitalisten af. Zoals Amadeo Bordiga schreef in zijn artikel Auschwitz of het Grote Alibi: “De terreur van de kapitalistische dood moet het proletariaat de verschrikkingen van het kapitalistisch leven doen vergeten en dat de twee onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Het experiment van SS-artsen moet het doen vergeten dat het kapitalisme op grote schaal experimenteert met het effect van alcohol op erfelijkheid, de straling van “democratische” atoombommen, enzovoort. Als ze de lampenkappen laten zien, die van menselijke huid zijn gemaakt, dan is dat om ons te doen vergeten dat het kapitalisme levende mensen omvormt tot lampenkappen.De stapels haar, de bergen gouden tanden, de lichamen van mensen, omgezet in koopwaar, moet het doen vergeten het kapitalisme van levende mensen een koopwaar heeft gemaakt.”

Veel linksen rechtvaardigen de misdaden van de geallieerden, zoals de tapijtbombardementen op Duitse steden, en noemen het een tragische noodzakelijkheid. Maar ze vergeten dat de dood en de verwoestingen geen kwaad van de oorlog zijn, maar de noodzakelijke vorm waarin mensen de oorlog “ondervinden”. Vernietigingen zijn geen kwaad van de oorlog maar de belangrijkste doelstelling en de kapitalistische oplossing voor de crisis. Alleen de oorlog verwezenlijkt de volledige onderwerping van het proletariaat aan ideologische belangen van de kapitalistische maatschappij in de vorm van raciale eenheid van de nazi’s of het Volksfront van antifascisten. De oorlog lost ook het economische probleem op van de werkloosheid, de overproductie en verhoogt de winst van de kapitalisten. Naoorlogse economische groei in de kapitalistische en staatskapitalistische landen is het resultaat van de oorlog, omdat tijdens de oorlog de infrastructuur, de kapitaalgoederen en de arbeidskrachten werden vernietigd. Ook de productie en het gebruik van wapens speelden een belangrijke rol voor de kapitalisten van alle landen. Door het verbruik en de consumptie van producten en de verdediging van burgerlijke waarden kan het kapitalistische systeem namelijk bestaan.

Vaak worden de Tweede Wereldoorlog, de concentratiekampen of zelfs de oorlogen van vandaag voorgesteld als iets irrationeel of zelfs het werk van een aantal “gekken”. Deze voorstelling van zaken verhinderen ons te begrijpen dat er achter al deze waanzin een duidelijke berekening, een planning van de materiële belangen van de heersende klassen bestaat, zonder welke al die “waanzin” niet mogelijk zou zijn geweest. Al deze “verschrikkingen” zijn met een “redelijke” en wetenschappelijke onderbouwing gepland. Auschwitz was dus niet een uitbraak van bruut en primitief geweld, maar het was een samensmelting van antisemitisme, racisme, het gevangenissysteem, samen met de kapitalistische fabriek en bureaucratische controle. Het was niet de achteruitgang van de civilisatie, maar de waarden van de civilisatie zelf die Auschwitz mogelijk hebben gemaakt. Auschwitz en Hiroshima zijn niet het gevolg van de barbaarse levensbeschouwing van sommige mensen, maar het resultaat van de ontwikkeling van maatschappelijke productiekrachten. De wetenschappelijke en technologische innovaties hadden de concentratiekampen, de industrieel georganiseerde massamoorden en de atoombom mogelijk gemaakt.

Om arbeiders in verschillende landen te mobiliseren voor de slachting, heeft beide kanten gebruik gemaakt de desbetreffende ideologie. Elke stap van de “tegenstander” werd gebruikt als een voorwendsel voor vergelding en opvoering van de haat tegenover de soldaten en arbeiders aan de andere kant. Tegelijkertijd werden de arbeiders, zowel aan ene kant als andere kant, ervan beschuldigd een oorlog te zijn begonnen. Maar de arbeiders, aan beide zijden, waren slechts het slachtoffers van de massamoord, die door de imperialistische landen was georganiseerd. Aan beide zijden droegen de arbeiders de last van de oorlog. Ze waren kanonnenvoer aan het front, de arbeidskracht in de fabrieken en droegen de last van de wederopbouw van verwoeste steden. In tegenstelling tot deze, aan beide zijden, verdienden de kapitalisten van de dood, vernietiging en wederopbouw. In de hedendaagse oorlogen werkt dit schema ook goed.

Het probleem van de oorlog is niet het fanatisme van een paar dozijn mensen maar aan de maatschappelijke verhoudingen, die mensen dwingen om in een oorlog als kanonnenvoer te fungeren. Verhoudingen die ons dwingen om onze arbeidskracht te verkopen en het kapitaal de gelegenheid geven om winst te maken ten koste van dood en vernietiging. Degenen die een wereld willen zonder uitbuiting, oorlog en onderdrukking maar ook een beschaafd (geciviliseerde) kapitalisme, moeten begrijpen dat het probleem niet ligt bij de nazi’s of de oorlog, maar in het systeem dat de kapitalisten en de staat in staat stelt om ons te commanderen en uit te buiten. Het revolutionaire standpunt over de Tweede Wereldoorlog is geformuleerd in juni 1944 door de Italiaanse linkse communisten: “Jullie vijanden zijn noch de Duitse, noch de Britse of Amerikaanse soldaten, maar het Duitse en Brits-Amerikaanse kapitalisme, die soldaten de oorlog, de dood en de moordpartijen insturen.” En het waren de bommen van geallieerden die de grote Italiaanse steden bombardeerden om de fabrieksraden in de kiem te smoren. Op dezelfde manier verboden de geallieerde “bevrijders” na 1945, in de bezette gebieden, een of andere vorm van zelforganisatie van de Duitse arbeiders.

De Italiaanse linkse communisten schreven in hen manifest: “Weiger te schieten, verbroeder je met de soldaten en arbeiders van Europa. Er is geen ander alternatief, geen andere manier dan het omvormen van de imperialistische oorlog in een burgeroorlog . De arbeiders en soldaten van alle landen! Alleen jullie kunnen dit, in de wereldgeschiedenis ongeëvenaarde, gruwelijke bloedbad stoppen. Arbeiders! Stop in alle landen de productie van materialen die bestemd zijn om jullie broeders, vrouwen en kinderen te doden. Soldaten! Staakt het vuren, gooi je wapens! Verbroeder je over alle kunstmatige grenzen heen, die door het kapitalisme opgelegd zijn. Verenig het front van een internationale klassenstrijd! Lang leve de verbroedering van alle uitgebuitenen! Weg met de imperialistische oorlog! Lang leve de kommunistische wereldrevolutie!” In dit geval, zoals in Parijs, namen de linkse communisten, de aanhangers van het radencommunisme en anarchisten deel aan het verzet en bevrijding, maar op een duidelijke klassebasis, in plaats van op basis van de nationalistische volksfronten of in de verzetsbeweging.