Archive for the ‘franquist’ Category

De geïnstitutionaliseerde arbeidSTersbeweging verdedig(de)t het democratische kapitalisme

In ons laatste artikel over de Spaanse Burgeroorlog hebben we ons gericht op de contrarevolutionaire rol van de geïnstitutionaliseerde arbeidSTersbeweging tijdens de gebeurtenissen van mei 1937 in Barcelona. Het artikel geeft ook een kritiek op de rol van de CNT in de “collectivisatie” van de economie in het kader van de staat, de kapitalistische warenproductie en in het belang van de kapitalistisch-antifascistische oorlog. Op het eind hebben we ons ook tot  alle subjectief eerlijk sociale activisten en activisten met het vermaan om te leren uit de geschiedenis, de kleinburgerlijke linkse moeras te verlaten en gaan naar de kant van de sociale revolutie.

Nadat wij in onze vorige teksten de nederlaag van de republikeins-stalinistische blok in de burgeroorlog schilderden, willen we nu de succesvolle contrarevolutie van dit blok tegen de klassenstrijdige proletariaat beschrijven. Deze contrarevolutie voldeed aan zowel de algemene ontwikkelingstendenties van het antifascisme als de geïnstitutionaliseerde arbeidSTersbeweging. Het antifascisme is de ideologie en de praktijk van de verdediging van de democratie tegen het fascisme en aanverwante regeringsvormen, zoals bijvoorbeeld het franquisme. Maar de democratie is ook een politieke uitdrukking van het sociaalreactionaire dictatuur van het kapitaal. De geïnstitutionaliseerde arbeidSTersbeweging reproduceerde en reproduceert de kapitalistische klassenmaatschappij in de vorm van burgerlijk-bureaucratische apparaten en een arbeidSTersbasis. Deze bourgeois-bureaucratische apparaten zijn structureel niet in staat en bereid om de sociale revolutie te organiseren, maar ze moeten vanuit hun eigen belangen de sociaalreactionaire democratie tegen het fascisme of soortgelijk regime, die de geïnstitutionaliseerde arbeidSTersbeweging willen stukslaan, verdedigen. Echter een strijd tegen de fascistische en soortgelijke stromingen vanuit democratische posities is inconsequent, maar tegen het proletariaat deze strijd moet met alle contrarevolutionaire kracht worden uitgevoerd.

Vooral Moskou wilde tijdens de Spaanse Burgeroorlog de democratische bourgeoisie in en buiten Spanje zijn contrarevolutionaire betrouwbaarheid demonstreren – en door de militaire staatsgreep enorm verzwakte republikeinen hadden Stalin als een ervaren beul tegen het proletariaat nodig. Zo eiste Stalin in een brief aan de toenmalige Spaanse premier Caballero het privébezit van de productiemiddelen in ieder geval te beschermen. Het stalinisme bracht de contrarevolutionaire gevolg van antifascisme slechts het sterkst tot uiting, zo werd het de voorhoede van de republikeins-democratische contrarevolutie. Maar ook de sociaaldemocratische PSOE, de “anarcho” -democratische CNT en FAI evenals de POUM waren een deel van deze democratisch-antifascistische contrarevolutie. Laatstgenoemden vormden de libertaire en marxistische staart van het sociaal reactionaire Volksfront. Toch de succesvolle contrarevolutie richtte zich ook tegen hun nietige vertegenwoordigers. Het kleinburgerlijk-anarchistische moralisme kan dit gedrag van zijn vroegere antifascistische bondgenoot slechts met “intolerantie” verklaren. Ja, bloedige intolerantie tegen het proletariaat was en is het handelsmerk van de contrarevolutie, zoals “tolerantie” tegenover deze contrarevolutie is het handelsmerk sociaal- en “anarcho”-demokratische flikflooier! (more…)

Advertisements

We gaan door met onze serie artikelen onder de titel “De Spaanse Burgeroorlog als een binnenskapitalistische conflict” en vandaag willen we de machtkomst van het Volksfront regering analyseren, de daaropvolgende generaals staatsgreep en als een antwoord op deze het ontstaan van onder partijen en vakbonden gecontroleerde arbeid(st)ersmilities. In dit artikel hebben we geprobeerd voor te stellen hoe en op welke manier in de toenmalige situatie in Spanje een denkbeeldige sociaal-revolutionaire stroming in de strijd tegen sociaalreactionaire antifascisme en Franco’s sociale reactie zou moeten optreden.

Nadat de regering van de Radicale Partij en de klerikaal-fascistische CEDA zich in de klassenstrijd tegen het proletariaat uitgeput heeft, was in februari 1936 de tijd voor de linkervleugel van de bourgeoisie had gedragen, die republikeinen en de partij- en vakbondbazen van de geïnstitutionaliseerde arbeid(st)ersbeweging – met inbegrip van de CNT bureaucratie – gekomen, om in de vorming van het kapitalistische politiek de rechtervleugel te vervangen. Bij de Socialistische Partij waren de tijden, waarin zij zich frasen over “revolutie” en “dictatuur van het proletariaat” bedwelmde, in januari 1936 uiteindelijk voorbij. Net als bij de stalinisten, de “Derde Periode”, waarin zij hun reactionaire karakter achter nog radicaler klinkende frasen verborgen. Sinds 1935 was de P“C”E net als de hele “Communistische” International op volksfront allianties met de democratische vleugel van de bourgeoisie tegen het proletariaat en tegen het fascisme beëdigd. Ook de trotskistische “linkse communisten”, was er intussen niet meer. Ze hadden zich met de rechts- “communistische” arbeid(st)er- en boerenblok in september 1935 tot de Partido Obrero de Unification Marxista (POUM, Arbeid(st)ers Partij van de Marxistische Eenheid) aaneengesloten. De POUM was duidelijk niet trotskistische, maar werd zo door de stalinisten genoemd. De aanhangers van Trotski vormden tot voorjaar 1937 een kleine minderheid in deze partij. Ook de rechtervleugel van het anarchosyndicalisme baarde een politieke partij, de Syndicalistische Party. Deze door Pestana geleide formatie was de geïnstitutionaliseerde ontkenning van de progressieve antiparlementair-antipolitiek-staatsvijandige  tendensen van het anarchisme.

De stalinisten, socialisten, de POUM en de Syndicalistische partij ondertekenden in januari 1936 met de republikeinse partijen, de republikeinse Links, de Republikeinse Unie en de Catalaanse ERC een electorale alliantie – de Frente Popular (Volksfront). Dit Volksfront was een open sociaalreactionaire pact van de geïnstitutionaliseerd arbeid(st)ersbeweging met de republikeinse vleugel van de bourgeoisie. Zelf de CNT riep bij de verkiezingen in februari 1936 niet meer voor een boycot op. Nadat deze vakbond sektarisch het proletariaat tijdens de algemene staking in oktober 1934 gesplitst had, paste zij zich tot het bittere einde opportunistisch-sociaalreactionaire aan de linkervleugel van de bourgeoisie aan. Hoewel de POUM het verkiezingsmanifest ondertekende, scheidde zich maar weer van het Volksfront. Deze schommeling van de POUM was geen tactische wijsheid, hoe hun bureaucratie beweerde, maar opportunistische aanpassing aan de linkervleugel van de bourgeoisie. De linkse handlangers van de bourgeoisie revancheerden zich met de POUM, doordat zij deze partij in juni 1937 stuksloeg… (more…)