Archive for the ‘CNT’ Category

We gaan door met onze serie artikelen onder de titel “De Spaanse Burgeroorlog als een binnenskapitalistische conflict” en vandaag willen we de machtkomst van het Volksfront regering analyseren, de daaropvolgende generaals staatsgreep en als een antwoord op deze het ontstaan van onder partijen en vakbonden gecontroleerde arbeid(st)ersmilities. In dit artikel hebben we geprobeerd voor te stellen hoe en op welke manier in de toenmalige situatie in Spanje een denkbeeldige sociaal-revolutionaire stroming in de strijd tegen sociaalreactionaire antifascisme en Franco’s sociale reactie zou moeten optreden.

Nadat de regering van de Radicale Partij en de klerikaal-fascistische CEDA zich in de klassenstrijd tegen het proletariaat uitgeput heeft, was in februari 1936 de tijd voor de linkervleugel van de bourgeoisie had gedragen, die republikeinen en de partij- en vakbondbazen van de geïnstitutionaliseerde arbeid(st)ersbeweging – met inbegrip van de CNT bureaucratie – gekomen, om in de vorming van het kapitalistische politiek de rechtervleugel te vervangen. Bij de Socialistische Partij waren de tijden, waarin zij zich frasen over “revolutie” en “dictatuur van het proletariaat” bedwelmde, in januari 1936 uiteindelijk voorbij. Net als bij de stalinisten, de “Derde Periode”, waarin zij hun reactionaire karakter achter nog radicaler klinkende frasen verborgen. Sinds 1935 was de P“C”E net als de hele “Communistische” International op volksfront allianties met de democratische vleugel van de bourgeoisie tegen het proletariaat en tegen het fascisme beëdigd. Ook de trotskistische “linkse communisten”, was er intussen niet meer. Ze hadden zich met de rechts- “communistische” arbeid(st)er- en boerenblok in september 1935 tot de Partido Obrero de Unification Marxista (POUM, Arbeid(st)ers Partij van de Marxistische Eenheid) aaneengesloten. De POUM was duidelijk niet trotskistische, maar werd zo door de stalinisten genoemd. De aanhangers van Trotski vormden tot voorjaar 1937 een kleine minderheid in deze partij. Ook de rechtervleugel van het anarchosyndicalisme baarde een politieke partij, de Syndicalistische Party. Deze door Pestana geleide formatie was de geïnstitutionaliseerde ontkenning van de progressieve antiparlementair-antipolitiek-staatsvijandige  tendensen van het anarchisme.

De stalinisten, socialisten, de POUM en de Syndicalistische partij ondertekenden in januari 1936 met de republikeinse partijen, de republikeinse Links, de Republikeinse Unie en de Catalaanse ERC een electorale alliantie – de Frente Popular (Volksfront). Dit Volksfront was een open sociaalreactionaire pact van de geïnstitutionaliseerd arbeid(st)ersbeweging met de republikeinse vleugel van de bourgeoisie. Zelf de CNT riep bij de verkiezingen in februari 1936 niet meer voor een boycot op. Nadat deze vakbond sektarisch het proletariaat tijdens de algemene staking in oktober 1934 gesplitst had, paste zij zich tot het bittere einde opportunistisch-sociaalreactionaire aan de linkervleugel van de bourgeoisie aan. Hoewel de POUM het verkiezingsmanifest ondertekende, scheidde zich maar weer van het Volksfront. Deze schommeling van de POUM was geen tactische wijsheid, hoe hun bureaucratie beweerde, maar opportunistische aanpassing aan de linkervleugel van de bourgeoisie. De linkse handlangers van de bourgeoisie revancheerden zich met de POUM, doordat zij deze partij in juni 1937 stuksloeg… (more…)

Voor de 80ste verjaardag van het begin van de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) beginnen we een serie artikelen over deze belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van de klassenstrijd. In ons eerste artikel willen we nauwkeurig verdiepen in de geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling van het kapitalisme in Spanje. We analyseerden ook het ontstaan en de ontwikkeling van de Spaanse geïnstitutionaliseerde arbeidersbeweging in de vorm van zogenaamde arbeiderspartijen en -vakbonden voor het binnenskapitalistische conflict.

De ontstaan en de ontwikkeling van het Spaanse kapitalisme

Om de Spaanse Burgeroorlog tussen 1936 en 1939 te begrijpen, moet men zich met de ontwikkeling van het Spaanse kapitalisme tot de “uitbraak” van deze binnenskapitalistische conflict bezighouden. Want de ontwikkeling van het Spaanse nationale kapitaal niet in een luchtledige ruimte plaatsvond, maar in het kader van het wereldkapitalisme, zullen we deze wederzijdse betrekking in het oog houden. Voor de sociaal revolutionairen is het kapitaal in de eerste plaats een sociale verhouding tussen de bourgeoisie (min of meer groot landeigenaren, kapitalisten, hoge economische managers, hoog niveau professionele politici en hoge civiele en militaire ambtenaren) en het proletariaat (de loontrekkende arbeid(st)erklasse en de non-loon werkende bezitloze lagen), met de kleinburgerij (kleine boer(in)en, handwerk(st)ers en kleine handelaren als klassieke bezittende kleinburgerij met privébezit van de productiemiddelen, door de positie en onderwijs geprivilegieerde loon afhankelijke kleinburgerij [ingenieurs, politieagenten, artsen, docenten …] alsook kleine professionele politici die nog niet volledig door de bourgeoisie erkend zijn) als buffer. Dus geven we onze korte inzicht in de Spaanse kapitalisme als een verhaal van klassenstrijden. Net als de sociaal-economische ontwikkeling van het Spaanse nationale kapitaal alleen in de wederzijdse betrekking met de andere nationale kapitalen – die samen het wereldkapitaal vormen –  te begrijpen is, is de ontwikkeling van het proletariaat en de geïnstitutionaliseerde arbeidersbeweging in Spanje alleen in relatie tot het wereldproletariaat en de internationale geïnstitutionaliseerde arbeidersbeweging te begrijpen. We vertellen het verhaal van de Spaanse proletariaat als het ene deel van het wereldproletariaat.

Spanje gaf door de Europese “ontdekking” en kolonisatie van Amerika van de late 15de eeuw heel veel impulsen voor de ontwikkeling van het moderne wereldkapitalisme, als de Spaanse bourgeoisie voor zichzelf kon opstrijken. Door de grote Europese “ontdekkingen” – met Spanje als hun grote pionier – werden externe omstandigheden voor de groei van het continentale  handel- en financiële kapitaal gecreëerd. De productie was in deze tijd nog niet kapitalistisch maar feodal-landbouweerlijk in de landbouw en kleinburgerlijk in de steden. Maar de kleinburgerlijk geproduceerde goederen werden door het handelskapitaal naar verre markten verkocht. Door de koloniale uitplundering van Amerika belandden door de handelsbourgeoisie ook Amerikaanse producten op de Europese markten. Toch Spanje als heerser van Zuid-Amerika maakte niet de glanzende kapitalistische carrière door als Nederland de voormalige Spaanse kolonie en eerste handelsnatie en Groot-Brittannië als de eerste industriële natie. Dit kan alleen worden verklaard door het feit dat onder de invloed van interne en externe factoren van het kapitalisme in Spanje minder ontwikkeld was dan in Nederland of Groot Brittannië.

Een belangrijke factor in de ontwikkeling van het kapitalisme – in het begin in het kader van het feodalisme en dan buiten – was de verovering van de staatsmacht door de bourgeoisie, waardoor de politiek een burgerlijk politiek werd. Een overgangsvorm van de feodaal – nog sterk regionaal versplitst – staat in vergelijking met de moderne burgerlijke natiestaat was absolutisme. De regionale en provinciale edelenmacht wordt door het absolutisme ten gunste van de centrale macht van monarchen enorm beperkt. Dit centralisme was een belangrijke voorvorm van moderne burgerlijke staat die vanzelfsprekend van meteen aan begin als machtsapparaat van de bourgeoisie sociaalreactionair was. Toch de absolute machtaanmatiging van monarchen richtte zich niet alleen tegen de oude adel maar ook tegen de groeiende bourgeoisie. Daarom moest absolutisme als een overgangsfase tussen feodalisme en het kapitalisme overwonnen worden – door burgerlijke staatsvormen als constitutionele een dergelijke van de overheid (dwz, parlementairs controlerend) monarchie, democratische republiek of een militaire dictatuur. De eerste burgerlijke staatvormen werden door de Nederlandse en Engels bourgeoisie veroverd, waardoor zij de politieke voorwaarden voor de economische ontwikkeling van het kapitalisme schiepen. (more…)