Vakbonden – co-managers van de kapitalistische uitbuiting

Posted: July 1, 2016 in AFL, Bangladesh, CAO, DGB, reproductieve klassenstrijd, vakbond
Tags: , , , ,

In ons laatste artikel willen we ingaan op de aard, de rol en de functies van de vakbonden als de co-managers van de kapitalistische uitbuiting. Vooral hebben we ons gericht op de activiteiten van de Vereniging van Duitse vakbonden (DGB) en zijn conflict met de individuele sectorale vakbonden buiten de DGB. In dit artikel hebben we ook bekeken een voorbeeld van het zogenaamde vakbondimperialisme naar het voorbeeld van de activiteiten van internationale niet-gouvernementele organisaties (INGO’s) in Bangladesh, die nauw met Amerikaanse vakbondvereniging (AFL-CIO) verbonden zijn en worden door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken gefinancierd.

De burgerlijke staat in de klassenstrijd is in principe het machtapparaat van de bourgeoisie tegen het proletariaat. Ten eerste ageerde de bourgeoisie principieel illegaliserend en criminaliserend tegen de proletarische klassenstrijd en de vakbonden maar het gaf alleen de verdere radicalisering van het proletariaat. In een klassenmaatschappij waarin de sociaal heersende klasse de uitgebuite klasse uitbuit, kan de strijd van de laatste tegen de eerste niet succesvol verboden worden. Dat leerde ook de bourgeoisie in een lang sociaal leerproces. Door een democratisch strijkrecht die het monopolie van de werkonderbreking in de handen van de burgerlijk-bureaucratische vakbondsapparaten ligt, precies bepaalt, wanneer gestaakt mag worden en wanneer niet, is de klassenstrijd veel succesvoller in te dammen dan door een algeheel verbod.

Door de staat verleende recht op vrije loonvorming worden de grote vakbondapparaten co-managers van de kapitalistische uitbuiting. Zo stellen in Duitsland de DGB en enkele andere vakbonden door collectieve arbeidsovereenkomsten de arbeidstijden, lonen en andere arbeidsvoorwaarden van het proletariaat vast. Het ideaal van deze sociale partnerschap tussen economische bazen en vakbondbazen is om al eens aan de onderhandelingstafel te worden, zodat stakingen niet nodig zijn. Komen de sociale partners toch niet overeen, dan wordt een “tariefuiteenzetting”, d.w.z. wordt de democratisch gecastreerde en vakbondsbureaucratische klassenstrijd vernederd, onvermijdelijk.

Voor een tariefuiteenzetting kan in Duitsland door de bevoegde vakbond doorgaans een stemming uitgevoerd worden. Minstens 75% van alle vakbondsleden moeten voor een werkonderbreking stemmen, dan wordt het werkelijkheid. Maar dat is een facultatieve bepaling, de vakbondapparaten kunnen ook volledig willekeurig staking beslissen en net zo willekeurig beëindigen zoals de diensten vakbond ver.di tijdens de poststaking in Duitsland in 2015 deed. Tijdens een vakbondsuitgevoerde staking heeft zowel de vakbondsbureaucratie een instrumentale verhouding met “hun” proletarische basis als andersom. Die fulltime vakbondbazen hoeven zelf niet door hen onderhandelde tarieven leven, voor hen is belangrijk dat een overeenkomst afgesloten wordt, waardoor ze co-managers van de kapitalistische uitbuiting worden. Voor de arbeidersklasse basis is de tariefuiteenzetting de enige legale manier om te staken. Vakbondsleden krijgen tijdens de werkonderbreking van de apparaten stakinggeld, waardoor het monopolie van de vakbondbazen over de proletarische klassenstrijd nog versterkt wordt.

De vakbondsbureaucratie past tijdens de werkonderbreking goed op dat zich de proletarische basis aan de smalle wetgevingskader houdt, daar kan er tot conflicten tussen de twee leiden. Ook op andere kwesties van concrete uitvoering van de klassenstrijd komt het tussen de vakbondsbureaucratie en de proletarische basis regelmatig aan conflicten. Deze conflicten zijn een uitdrukking van het feit dat de vakbonden gesplitst zijn: aan de ene kant de burgerlijke vakbondsbureaucratie en aan de andere kant, de proletarische basis. Deze klassentegenspraak binnen de vakbonden beweegt zich binnen de reproductieve klassenstrijd zeer dynamisch, progressieve oplossing van deze tegenspraak kan alleen door de vernietiging van vakbond apparaten als deel van de revolutionaire zelf-afschaffing van het proletariaat.

Uiteindelijk elke tariefuiteenzetting eindigt met een compromis tussen de vakbondsbazen en nijverheidsbazen aan de onderhandelingstafel. De vakbondsbureaucratie kan nu een stemming van hun de proletarische basis voor goedkeuring of afwijzing van deze collectieve compromis organiseren. Als 25% van alle vakbondsleden voor stemmen, wordt het collectieve sjacher als aangenomen beschouwd. Tijdens de looptijd van een collectieve arbeidsovereenkomst voor de vakbond, die hem afsluit, geldt de vredesplicht. Hij mag dus in deze periode geen werkonderbrekingen organiseren.

In Duitsland is het alleen toegestaan in het kader van deze tariefuiteenzettingen te staken. Viel er bijvoorbeeld het personeel van een autofabrikant met nog een lopende CAO met de IG Metall(duitse industrievakbond) in, zelfstandig zonder de vakbondsbureaucratie te staken, zou dat illegaal zijn. En doorgaans valt dit tegenwoordig maar weinig arbeid(st)ers in Duitsland in. Daarentegen zijn zij geneigd in een land met een totaal staakverbod, zeg maar China, de arbeid(st)ers veel sterker door klassenstrijd de burgerlijke wetten te breken. Het democratische staakrecht van de BRD heeft dusdanig in de klassenstrijd van boven beproefd.

Deze relatieve sociale vrede kostte de Duitse bourgeoisie natuurlijk wat want lonen van arbeid(st)ers, die in collectieve arbeidsovereenkomsten met de kapitalisten afgesloten hebben, zijn veel hoger. In de industrie verdienden ze gemiddeld een vijfde meer dan collega’s zonder CAO. Maar niet alle kapitalisten zijn klaar om deze prijs te betalen. Zo weigert Amazon in Duitsland principieel met de vakbond ver.di een CAO te onderhandelen

Maar ondanks de weigering van de individuele kapitalen zich met hen in te laten, zijn de DGB vakbonden de grote snoeken in de vijver van collectieve overeenkomsten. Toch in de afgelopen tijd zijn behalve DGB ook vakbonden, zoals bijvoorbeeld de piloten vakbond Vereinigung Cockpit, de stewards van de Onafhankelijke Steward Organisation (UFO), die Gewerkschaft der Flugsicherung (GdF), de medische organisatie Marburger Bund en de Lockführergewerkschaft GDL opgedoken. Deze doorboren de prachtige sociale vrede tussen economische- en DGB bazen want voor de individuele vakbonden collectieve overeenkomsten met een DGB en mitsdien vredesplicht zijn niet geldig, zolang deze nog geen collectieve arbeidsovereenkomsten bevochten hadden. Bovendien betekenen meerdere geldende cao’s ook potentieel meer stakingen en verscherpingen van de concurrentiestrijd om zo veel mogelijk loontrekkers voor elk eigen winkel te winnen. Voor de bourgeoisie zijn de gewone vakbonden een potentiële verscherping van de klassenstrijd van onder, voor de DGB vakbonden zijn zij een lastige concurrentie in het geschil voor de vertegenwoordiging van de belangen van de arbeid(st)ers aan de kapitalisten.

Proletarische revolutionairen bestrijden zowel de DGB vakbonden als de bepaalde vakbonden als bureaucratische splitsingen van het proletariaat. We willen deze naar het voorbeeld van de machinisten vakbond GDL analyseren. Machinisten zijn de wilsbekwaamste deel van het spoorwegpersoneel. Terwijl deze door de GDL samen met het treinpersoneel van het andere spoorwegpersoneel vakbondsorganisatorisch en daarmee klassenstrijdmatig gescheiden worden, wordt de klassenstrijd van de laatste verzwakt. Toch waren de bureaucraten van de GDL in staat de klassenstrijd van machinisten voor een aparte CAO op te splitsen en te isoleren. Dat werd mogelijk gemaakt door het beleid van permanente concessies voor het beheer van Deutsche Bahn de spoorwegvakbond TRANSNET, die deel van de DGB uitmaakt.

Kapitaal, de staat en grotendeel van de DGB-apparaten kanten zich daarom repressief tegen de aparte(los van DGB) vakbonden die hoogopgeleide en daarmee ook vooral wilsbekwame loontrekkenden organiseren. Dit begon in 2010 als de DGB samen met de Confederatie van de Duitse werkgevers (BDA), dus met de bourgeoisie, een gezamenlijk voorstel voor de onderhandelingspositie, spreek: een gemeenschappelijke strijd tegen de aparte vakbonden formuleerden. Maar de samenwerking van vakbondsbazen en bourgeoisie tegen de beroepsorganisaties zorgt binnen de proletarische basis voor onrust. Vanwege deze proletarische druk van de basis trok zich de ver.di apparaat in mei 2011 uit de alliantie tussen kapitaal en DGB bazen tegen de aparte vakbonden terug. De gezamenlijke uitval van de bourgeoisie en DGB apparaten voorzag dat in de toekomst in een bedrijf slechts een collectieve arbeidsovereenkomst zal gelden, namelijk de collectieve overeenkomst met de vakbond die de meeste leden in één bedrijf heeft. In april 2014 trokken zich ook nog de apparaten van de vakbonden IG Metall en IG Bergbau, chemie, energie (BCE) van het gezamenlijk initiatief met de bourgeoisie tegen het andere vakbonden terug, ook de DGB roeide terug. Zo stemde de 20-ste nationale congres van de DGB in mei 2014 tegen wettelijke ingrijpen in het stakingsrecht.

Toch was dit terugtrekking slechts een ademhaling van DGB en sommige aparte vakbonden in de strijd tegen de concurrentie. De DGB vakbondsbazen pleitten voor een “onderhandelingspositie” zondermeer van het stakingsrecht wat dit pure propaganda was. In Duitsland zijn onderhandelings- en stakingsrecht met elkaar verbonden zodat het onmogelijk is om kleinere vakbonden het onderhandelingsrecht zonder stakingsrecht te besnijden. Zo hield de DGB apparaat een achterdeur open. In 22 mei 2015 besloot de Bundestag de onderhandelingspositie wet waarna alleen de CAO van de meerderheid vakbond in een bedrijf te gelden heeft – en de bourgeoisie, de DGB en de vakbonden IG Metall en IG Bergbau, chemie, energie(BCE) applaudisseerden tegen het “verzet” van de DGB organisaties ver.di, vakbond van lerare(ss)en en wetenschap(st)(p)ers (GEW) en horeca vakbond (NGG). Kapitaal en de staat konden gerust bij de onderhandelingspositie wet op de DGB en een deel van zijn individuele vakbonden geheel en al zijn.

De revolutionaire vernietiging van de vakbonden

We revolutionairen strijden tegen de staatsrepressie tegen de klassenstrijd, die in deze wet tot uiting komt, verdedigen maar niet het democratische stakingsrecht tegen de staat, omdat de eerste de staking monopolie van de burgerlijk-bureaucratische vakbond apparaten tegen de zelf-georganiseerde proletarische klassenstrijd verstevigd. De onderhandelingspositie wet versterkt het monopolie van de grote vakbonden tegen de kleine. We strijden ervoor dat het proletariaat in praktijk in een langer proces volledig de vakbond monopolie op staking door zelf-georganiseerde klassenstrijd vernietigt! Met deze sociaalrevolutionaire perspectief had natuurlijk de vakbonds“strijd” tegen de onderhandelingspositie wet geen spat te maken. De DGB vakbonden, die tegen de onderhandelingspositie wet waren, zoals ver.di, GEW, NGG, verzamelden symbolisch 84.000 handtekeningen tegen de wet. Ook de vakbondsorganisaties mobiliseerden vanzelfsprekend niet doeltreffend hun loontrekkende lidmaatschap tegen de wet, maar “streden” in het kader van het burgerlijke justitie. GDL, de vereniging Cockpit en Marburger Bund een klachten ingediend bij het Constitutionele Gerechtshof in Karlsruhe tegen de onderhandelingspositie wet.

De toestemming van de apparaten van enige DGB-vakbonden voor zogenaamde onderhandelingspositie wet toont duidelijk aan dat deze reactionaire bazen samenscholing diep in de reet van de Duitse bourgeoisie is. Het laat ook zien hoe illusoir de hoop van sommige partijmarxisten en linkse vakbondliefhebbers in een hervorming van de DGB is. Echter dit reactionaire vereniging kan niet progressief hervormd, maar moet sociaalrevolutionair vernield, worden!

Dit is natuurlijk een zeer langetermijnperspectief dat ook met een consequente kort- en middellange termijn strijd tegen de vakbondbureaucratie moet worden verbonden. We staan niet voor individuele uitschrijving uit de vakbonden, maar het is belangrijk, dat zich in en door klassenstrijd een collectieve organisatorische alternatieve in plaats van de vakbonden ontwikkelt. Op het meest elementaire niveau ontwikkelt zich deze collectief-klassenstrijdige alternatief al in de nog door vakbond “geleide” oftewel geremde tariefuiteenzettingen in de vorm van een zekere zelforganisatie van de proletarische basis van de vakbonden. Proletarische revolutionairen moeten deze tedere aanpakken van de proletarische zelforganisatie tegen de apparaten van volledige functionarissen op het niveau van binnenvakbond uiteenzettingen daadkrachtig ondersteunen, moeten het maar uiteraard weigeren binnen de vakbonden vrijwillige of fulltime functies te overnemen. Het onderscheidt ze voordelig van partijmarxistische linksvakbondliefhebbende groeperingen die over zulke functies ook invloed op het apparaat proberen te nemen. Maar het leidt alleen tot de integratie van relatief “vers bloed” in de apparaten, maar niet tot hun progressieve veranderingen.

Vakbonden zijn de bureaucratisch vervreemde uitdrukking van de reproductieve klassenstrijd en ook tevens de institutionele druk van de burgerlijke apparaten op het proletariaat. Totaal genereren in de kapitaalverhouding geïntegreerde vakbondapparaten binnen de proletarische basis het behoefte van een “echte” oftewel “militante en basisdemocratische vakbonden”. Dit is de drijfkracht voor basis vakbonden en de anarcho-syndicalistische ideologie en praktijk. Toch hebben ook basis vakbonden en anarcho-syndikalistische organisaties de neiging om zich aan de volgens de wettelijke voorschriften en door de staat beschermde CAO systeem aan te passen. Er kan geen revolutionaire vakbonden zijn. Zij zijn de institutionalisering van de reproductieve barrières van de klassenstrijd. De anarcho-syndicalistische vakbond FAU mag heel goed in tegenstelling tot de DGB krankzinnig radicale indruk maken, toch ook hij(FAU) is door een opportunistische aanpassing aan het CAO systeem zoals de wetsgetrouwen en sociaal partnerschappelijke ondernemingsraden gestempeld.

Vakbonden zijn organen van de klassenstrijd in het kapitalisme, voor de strijd tegen het kapitalisme behoeft het reeds in niet-revolutionaire tijden vakbondsonafhankelijke organisatie, zelfs als ze in het begin nog zo klein zijn. Sociaalrevolutionaire lokale- en bedrijfsgroepen, die bewust antivakbond en antipolitiek zijn, kunnen ondanks naar hun aantal zwaktes een groot belang voor de radicalisering van de klassenstrijd hebben. Sociaalrevolutionaire groepen moeten deel van een grotere vakbondsonafhankelijke netwerk van klassenstrijdige en militante proletariërs worden. Het zou sektarische zijn in zulke vakbondsonafhankelijke netwerken van de klassenstrijdige collega’s een bewuste sociaalrevolutionaire bewustzijn voorwarde te stellen, maar het zou opportunistisch zijn in zulke bredere netwerken geen revolutionaire posities te vertegenwoordigen. Proletarische revolutionairen moeten de impulsen van de bredere vakbondsonafhankelijke netwerken ondersteunen of zelfs impulsen geven zonder van hun onafhankelijkheid en zelfstandigheid in hen te verliezen. Tussen de sociaalrevolutionaire groepen en de bredere vakbondsonafhankelijke netwerken kunnen zich proletarische activisten tegenstrijdigheden ontwikkelen die door revolutionairen niet mogen worden ontkend, maar als drijfveer van verdere radicalisering van de klassenstrijd gebruikt kan worden. Zowel sociale revolutionaire groepen als de vakbondsonafhankelijke netwerken van de proletarische activisten kunnen alleen in en met de radicaliserende klassenstrijd opgebouwd worden.

Proletarische revolutionairen hebben ook een duidelijke verhouding met de wetsgetrouw en sociaal partnerschappelijke ondernemingsraden nodig. In tegenstelling tot de meerderheid van de partijmarxisme en anarchosyndicalisme is het ons postanarchistische en postmarxistische communisten duidelijk dat proletarische revolutionairen binnen ondernemingdraden niets te zoeken hebben. Ondernemingsraden zijn organen van de economische democratie die op de dictatuur van het kapitaal over het proletariaat berust, zij zijn organen van de verzoening van de loontrekkenden maar geen effectieve organen van de klassenstrijd. Ondernemingsraden zijn structureel sterk in de kapitaal verhouding ingebonden, genereren mechanisch-dwangmatig de conservatiefste en reactionaireerste ideologieën van reproductieve barrières van de klassenstrijd, zoals vertegenwoordiging, legalisme en locale nationalisme. Daarnaast is de wettelijke oriëntatie van de ondernemingsraden op de sociaalpartnerschap tussen kapitaal en arbeid zo sterk ingeworteld dat de poging van deze effectieve organen van de klassenstrijd te maken, een kwadratuur van de cirkel is. Veel eerlijke proletarische activisten hebben daarop hen tanden stukgebeten. Toch hebben proletarische revolutionairen hun tanden als scherp bijtgereedschap nodig. Daarom hoeven ze zich niet door de wettelijke en sociaal partnerschappelijke ondernemingsraden te laten integreren maar zij kunnen de ondernemingsraden van buitenaf in bepaalde gevallen beperkt voor de individuele en collectieve dwang van de proletarische behoeftes en belangen gebruiken. Alleen onafhankelijk van ondernemingsraden en vakbonden apparaten kunnen proletarische revolutionairen hun activiteiten voor de radicalisering van het zijn en bewustzijn van zichzelf en hun collega’s uitoefenen.

De wilde staking – de werkonderbreking zonder en tegen de wil van de vakbondsbureaucratie – is het hoogste niveau van de proletarische zelforganisatie in de reproductieve klassenstrijd. Voor uitvoering van kleine stakingen kan de informele zelforganisatie van de klassenstrijdige proletariaat volstaan. Groot- en kleinburgerlijke ideologen plegen bij een dergelijke informele zelforganisatie niets anders dan “spontaniteit” te zien. Proletarische revolutionairen zijn daarentegen bewuste en georganiseerde deel van de dialectische doordringing van helder bewustzijn en instinct, van de organisatie en spontaniteit die de informele proletarische zelforganisatie prent. Duurt de wilde staking daarentegen langer of hij breidt zich tot verschillende bedrijven uit dan zijn zichtbare organen van zelfgeorganiseerde klassenstrijd noodzakelijk, zoals vakbond onafhankelijke staking comités. Deze vakbond onafhankelijke organen van zelfgeorganiseerde klassenstrijd zijn een duidelijke organisatorische alternatief in plaats van de vakbonden. Proletarische revolutionairen moeten binnen de organen van zelfgeorganiseerde klassenstrijd ervoor wedijveren dat in hen voor fulltime vakbond- en politbazen – hetzij nu rechts, midden of links – geen plek mag zijn want deze dames en heren behoren niet tot het proletariaat. Integendeel zijn zij structurele klassenvijanden. Ook mogen er binnen de organen van de proletarische zelforganisatie geen fulltime functies ontstaan, alle functies mogen alleen kortdurig en vrijwillig onder de strikte collectieve controle van de strijdende klasse uitgeoefend worden.

Een golf wilde stakingen kan of door wortel en stok van de bourgeoisie weer platgegooid en tot stilstand gebracht worden, of zij ontwikkelt zich verder – mogelijkerwijs tot de sociale revolutie. Als dit het geval is, dan is zeer waarschijnlijk de onafhankelijke stakingscomités niet meer voldoende. Nu zijn de revolutionaire klassenstrijd organisaties noodzakelijk die de collectieve verovering van de productiemiddelen en het militante noodweer tegen de kapitalistische contrarevolutie moeten organiseren. Sociaal revolutionaire groepen moeten zich tot fracties binnen de ontstonden organen van de potentieel revolutionaire klassenstrijd hergroeperen. De tijd van de kleine, relatief geïsoleerde groepen is in de mogelijke sociale revolutie voorbij. Toch een objectieve revolutionaire situatie betekent nog niet dat de meerderheid van de klasse al bewust revolutionair zou zijn. De sociaalreformistische tradities van de reproductieve beperktheid van pre-revolutionaire klassenstrijd laten zich niet zo eenvoudig afschudden. Daarom moeten zich bewuste revolutionairen zeer waarschijnlijk ook in de mogelijke organen van sociale revolutie afzonderlijk organiseren en binnen deze voor een revolutionaire perspectief strijden. De voornaamste taak van revolutionairen in de mogelijke toekomstige potentieel revolutionaire massaorganisaties zal de consequente strijd tegen vakbondsbazen en politbazen zijn die zullen proberen van binnen het revolutionaire proces te verlammen en om te keren. Binnen arbeid(st)ersraden van de Russische Revolutie ofwel in de Duitse revolutionaire naoorlogse crisis van de arbeiders, konden zich bijvoorbeeld sociaaldemocratische oftewel “communistische” polit- en vakbondsbazen innestelen die proletarische zelforganisatie deformeren, de klassenstrijd indammen en tenslotte de sociaalrevolutionaire aanlopen door de privékapitalistische of staatskapitalistische contrarevolutie verstikken.

Om in de mogelijke sociaalrevolutionaire situatie in de toekomst de schedel van de contrarevolutie in te slaan zijn de vernietiging van de staat en de overwinning van de kapitalistische warenproductie door het revolutionaire dictatuur van het proletariaat noodzakelijk. De partij “communisme” idealiseerde en nog idealiseert de proletarische dictatuur in de vorm van “arbeid(st)ersstaat” maar in werkelijkheid kan het alleen een staatskapitalistisch regime zijn. Het echte proletarische dictatuur kan alleen de mogelijke militante, wereldwijde en permanente keten van de verwoestingen van de kapitalistische natiestaten door het wereldproletariaat zijn. Het proletarische dictatuur is de mogelijke hamer die noodzakelijkerwijs het kapitalistische dictatuur plat maakt en vervolgens processueel in de staten- en klassenloze maatschappij kan en moet overgaan!

Bangladesh – een voorbeeld van het westerse vakbond imperialisme

Hierboven hebben we betoogd dat de relatieve sociale vrede een staat gegarandeerde collectieve onderhandelingen en erkende co-management van de vakbond apparaten van de bourgeoisie kostte – namelijk relatief hogere lonen. Dit is natuurlijk nog steeds een gewichtige argument voor de individuele kapitalisten en in hele staten in de strijd tegen vakbonden. Zoals bijvoorbeeld in Bangladesh. De plaatselijke textielindustrie als een verlengde werkbank van westerse modebedrijven berust op lage lonen en gewoonweg levensgevaarlijke arbeidsomstandigheden. Daar vakbonden verstoren alleen. Maar de lokale en westerse burgerij betaalden deze fundamentele vakbondsvijandigheid in Bangladesh met een zeer radicale en militante klassenstrijd van het proletariaat, die niet door vakbonden belemmerd werd.

Om deze klassenstrijd van onder in Bangladesh in te dammen, zetten delen van de wereldbourgeoisie op de vakbonden in, zoals ook uit een artikel van Wildcat blijkt: “Er werd enige druk ontwikkeld eindelijk vakbonden toe te laten. Aan het eind van 2013 had de Amerikaanse regering producten uit Bangladesh op grond van de onbevredigende situatie van de vakbonden de toolvrijheid afgewezen.

Tot nu toe waren textiel vakbonden vooral aanhangsel van politieke partijen en NGO’s( non-gouvernementele organisatie), zonder echte basis in de fabrieken. Theoretisch was het inderdaad legaal, lid te worden van een vakbond, maar ondernemers en staat verhinderden arbeid(st)ers van de uitoefening van dit recht. Na instorting van het Rana Plaza heeft de staat zijn verzet tegen de vakbonden opgegeven, tegelijkertijd ontstaan veel nieuwe vakbonden. Sommigen werden door politici opgericht die door de vakbonden met een basis van de arbeid(st)ers hun machtsbasis zeker willen stellen. De meerderheid van de officieel nieuw geregistreerde na Rana Plaza 152 vakbonden hebben een andere oorsprong. 142 van hen moeten tot één van de negen federaties behoren die hunnerzijds zijn verbonden met de Solidarity Center van de Amerikaanse vakbondsfederatie AFL-CIO(American Federation of Labor and Congress of Industrial Organizations) die bijna volledig door het Amerikaanse State Department gefinancierd wordt. (Commentaar: Hier zien we duidelijk de co-management van de Amerikaanse regering en de vakbondsverband AFL-CIO. Beide ondersteunen de ontwikkeling van de vakbonden in Bangladesh om de plaatselijke proletariaat te bevrijden wat tot nu toe zich zeer militant-klassenstrijdig zonder vakbonden zelfgeorganiseerd voor zijn behoeften en interesses streed. Wij zien hier een vakbondimperialisme van VS .)

Het belangrijkste werk van het Solidariteit Center in Bangladesh bestaat uit advisering en ondersteuning van bestaande en nieuwe vakbonden. Het betaalt gedeeltelijke salarissen van de organisatoren en helpt bij het registratieproces. Zulke vakbonden lukt het wel het registratie, terwijl anderen die onafhankelijk van NGO’s willen blijven, vaak niet.

Voor de functionarissen van het Solidariteit Center is duidelijk dat de vakbonden met een massabasis een belangrijke hefboom kunnen zijn om zowel het land te stabiliseren als invloed van het Amerikaanse buitenlandse politiek uit te breiden. Ook de Duitse Vereniging voor Internationale Samenwerking neemt aan de vakbondsopbouw deel. De komende jaren lijken de vakbonden met goede verbindingen tot westerse NGO’s te behoren. Organisaties, die ‘van bovenaf’ ageren, met functionarissen van de middenklasse, een hoop geld en ‘organizing’ proberen een arbeidersbasis te maken. Maar de weg daarheen is nog lang: Momenteel (vanaf winter 2014/2015) zijn nog 94% van alle textielfabrieken zonder vakbond en de ondernemers maken tot nu toe ondanks de druk nauwelijks aanstalten om de toegang te vergemakkelijken. Er zijn constant berichten dat vakbondsstichtingen in een fabriek tot geweld, bedreiging en ontslagen leiden. De ondernemers staan onder druk omdat de lonen sinds 2005 voortdurend stijgen; al nu de maandelijkse lonen in Sri Lanka en Indonesië slechts 3 tot 5 dollar hoger. Bij de gestegen prijsdruk op de wereldmarkt kunnen ze alleen door arbeidsintensivering, onveilige fabrieken, etc compenseren. Vakbonden zouden maar de grendel op de grond doen, daarom hebben zij zelfs van deze gecentraliseerde en waarschijnlijk getemde vakbonden angst. Ondertussen wijzen sommige zakelijke kranten en individuele organisaties uit Bangladesh dat de loonpeil niet meer de hoofdrol in besluiten over de plaats van vestiging spelt en juist de angst voor verplaatsingen voor ‘legitieme’ vakbonden spreekt. Veel Westelijke klanten dreigen met verplaatsing getuige voortdurende vertragingen bij de levering door stakingen, of wegens infrastructurele problemen zoals knelpunten in de energievoorziening. Vandaar zijn veel fabrieken niet op de volle capaciteit draaien. Vakbonden zouden er rust kunnen inbrengen.”(Bangladesh: strijd van de textielarbeiders, in :. Wildcat No. 97, Winter 2014/2015, bz. 46/47.).

Ook in Bangladesh worden de vakbonden tegen het proletariaat in positie gebracht – en de kleinburgerlijke politieke linksen, die de vakbonden, de hypocrietste en verraderlijkste van alle structurele klassenvijanden van het proletariaat, als “elementairste belangen vertegenwoordiger van de arbeidersklasse” ideologiseren en verdedigen, helpt daarbij de wereldbourgeoisie. Wildcat geeft ze het juiste antwoord: “De beweringen van veel Duitse Linksen dat de strijd van arbeid(st)ers slechts korte opleving was, en daarom heeft organiseren door de vakbonden en NGO’s nodig, is gewoon verkeerd. Er is geen reden om te geloven dat de arbeid(st)ers met een “juiste” vakbond plotseling wilsbekwaamer worden.” (aldaar, p.47)

De globale vermeerdering van de nationale kapitalen

De imperialistische oorlog is radicale kalssenstrijd van boven

Kapitalistische economisch- en sociaal politiek als klassenstrijd van boven

Economische klassenstrijd naar het voorbeeld van enkele landen

Kleinburgerlijke illusies en sociaalrevolutionair antipolitiek

Vakbonden – co-managers van de kapitalistische uitbuiting

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s