Archive for April, 2016

In het derde artikel gaan we hebben over de organisatie van uitbuiting van het proletariaat in het privaatkapitalisme en staatskapitalisme en zijn verhouding tot het burgerlijke politiek in beide systemen. We gaan ook gedetailleerd hebben over de basis van ontstaan van de kapitalistische crisissen. In het artikel bestaat ook de analyse van de tegenreactie van het kapitaal op de crisis van de winst productie die in het midden van de jaren ’70 in het Westen als “neoliberale”aanval begon. We gaan ook in detail bekijken de gevolgen van de overgave van de Sovjet`s staatskapitalisme in de Koude Oorlog en ook de oorzaken van de globale financiële crisis in 2007-2008.

De kapitalistische productiewijze en het burgerlijke politiek brengen onderling voort en reproduceren elkaar. Onder politiek begrijpen we de staatsvorm en maatschappelijke organisatie van de klassenmaatschappij. In een maatschappij waarin de kapitalistische productiewijze heerst, kan het politiek slechts kapitalistisch zijn. Antikapitalistisch politiek van de staten bestaan alleen in de verbeelding van de linker kleinburger(essen)s. In werkelijkheid waren en zijn ook deze linksburgerlijke paradijzen staatskapitalistische naties (Cuba) of en gebruikelijke staatsinterventionisme in het kader van privaatkapitalisme (Venezuela). In deze linksburgerlijke paradijzen komen wij nog hieronder later terug.

De professionele politici leven in het kapitalisme van de toegevoegde waarde die het proletariaat produceert. Politici leven door de kapitalistische uitbuiting van het proletariaat. In het staatskapitalisme (USSR, DDR …), waar bijna de gehele economie genationaliseerd was, vormden de marxistisch-leninistische politbazen de heersende klasse die het proletariaat over de staat uitbuitte. De partij en staatsbureaucraten van de staatskapitalistische naties waren de beheerd(st)ers van de staat en daarmee ook van de staatsproductie. De staatskapitalistische politbazen bezatten de productiemiddelen niet persoonlijk, maar ze beschikten als beheerd(st)ers van de staat erover. De proletariërs moesten hun arbeid aan de staat verhuren die door het proletariaat geproduceerde toegevoegde waarde direct via staatsbedrijven toe-eigende. Door het belasten van het proletariaat eigenden de partij-, de staats-, de vakbond- en de economische bazen in het staatskapitalisme ook indirect de door het proletariaat geproduceerde toegevoegde waarde toe. Deze politieke toe-eigeningsvorm van de meerwaarde via de belasting heerst in het privaatkapitalisme want hier zijn staatsbedrijven een uitzondering en niet de regel. De toegevoegde waarde wordt hier door het proletariaat in privaatkapitalistische ondernemingen geproduceerd. De burgerlijke staat eigent door middel van de belastingheffing van de bourgeoisie (kapitalisten, managers en hoge professionele politici) en het proletariaat een deel van de toegevoegde waarde toe. Door deze toegevoegde waarde leven ook de lokale, regionale parlementsleden en de regeringspolitici. In het privaatkapitalisme vormen de hoge professionele politici de politieke uitlopers van de bourgeoisie, wiens sociaaleconomische kern de kapitalisten en beheerd(st)ers vormen. (more…)