Archive for March, 2016

In het tweede artikel van onze tekst “De politieke klassenstrijd van boven”, willen we in detail analyseren van de samenwerking en concurrentie van de afzonderlijke nationale kapitalen. We hebben ook uitgewerkt hoe de geopolitieke en geostrategische verdeling van invloedssferen in de wereld. In het bijzonder onderzochten we de opkomst en ontwikkeling van de imperialistische conflicten in Oekraïne, Krim, Syrië en Jemen, en, natuurlijk, in Rojava.

Het wereldkapitaal bestaat alleen als samenwerking en concurrentie van de nationale kapitalen. De nationale kapitalen vormen de inheemse gezamenlijk kapitalen op het grondgebied van de natiestaten. Zo zijn er de landen die de lokale totaal vermogen van nationaal kapitaal vormen en in de internationale concurrentie naar buiten vertegenwoordigen. In deze vertegenwoordiging ten opzichte van de buitenlandse concurrentie vormen de natiestaten de ideale totale nationale kapitalisten en het geweldapparaat van de inheemse bourgeoisie. De internationale concurrentiestrijd tussen natiestaten en nationale kapitalen wordt voor bronnen van grondstoffen, afzetmarkten, investeringvelden net als geopolitieke en geostrategische posities zowel economisch, diplomatische-politiek, ideologisch-propagandistisch als militaire uitgevoerd – en zwaar altijd ten koste van de loonafhankelijken. Het wereldproletariaat produceert de rijkdom van naties en wordt uitgeperst als een citroen. Overal in de wereld proletariërs sterven van de honger, koud, “eigenlijk” geneesbare ziekten, bij “arbeidsongevallen” en in militaire conflicten, waarin de verschillende politieke en ideologische en nationale fracties van globaal kapitaal tegen elkaar uitvoeren.

De economische samenwerking en concurrentie van de nationale kapitalen vindt plaats in de wereldmarkt, bij de internationale export en import van goederen en kapitaal. De klassieke imperialistische verhouding tussen een ontwikkeld kapitalistisch land en een ontwikkelingsland is dat de eerste in eerste instantie industriewaren exporteert en landbouwproducten en grondstoffen importeert, terwijl bij de laatste omgekeerd is. Een economisch imperialistische natie exporteert meer goederen en kapitaal dan zij importeert. Productieve kapitaalexport is, als bijvoorbeeld het Duitse autofabrikant VW onder anderen fabrieken in de Verenigde Staten en China opricht. Ontwikkelingslanden proberen op deze manier kapitalistisch te moderniseren door zij land mensen voor de kapitaalimport organiseren, hun natie voor de winstbehoeften van buitenlands nationaalkapitaal fit maken. De regerende politici van deze naties adverteren dan bij andere nationaalkapitalen, hoe ijverig en goedkoop hun arbeidskrachten zijn. Tegelijkertijd proberen de productief kapitaal importerende naties deze kapitaalimport met een technologie- en managementtransfer te verbinden. Als dat lukt, spreekt men van een succesvolle late kapitalistische modernisering, waarvoor China een voorbeeld is. Trouwens is China nu ook op de uitvoer van kapitaal overgeschakeld en zijn inruil met vele andere landen van drie continenten (Azië, Afrika en Latijns-Amerika) zijn klassieke verhoudingsvoorbeelden tussen de industriële en de ontwikkelingslanden geworden: China exporteert grotendeel industriële waren en importeert landbouwproducten en grondstoffen. “Bovendien” heeft China sinds 1979 de transformatie van de staats- tot het privaatkapitalisme gemaakt. Deze succesvolle kapitalistische modernisering vond vanzelfsprekend volledig op de botten van de Chinese proletariaat plaats. (more…)