De globale vermeerdering van de nationale kapitalen

Posted: February 12, 2016 in proletariaat, reproductieve klassenstrijd
Tags:

We beginnen met een serie artikelen onder de titel “De politieke klassenstrijd van boven”. In het eerste artikel willen we ingaan op de organisatie van de uitbuiting van het proletariaat in het productieproces, zijn rol en zijn plek in dit proces en in de kapitaalvermeerdering. Bovendien, in het artikel is er kritiek van productieve en onproductieve ellende van het proletariaat, evenals analyse van de conservatiefreactionaire en progressierevolutionaire tendensen in de klassenstrijd.

Het wereldkapitalisme bestaat uit vele nationaalkapitalen (het maatschappelijk gezamenlijk kapitaal van een natie), die op hun beurt uit enkele kapitalen bestaan. Het kapitaal bestaat zowel uit dingen – productiemiddelen als zakelijk productief kapitaal, de geproduceerde goederen als het wereldkapitaal en uit het geldkapitaal kapitaalgoederen – evenals uit de mensen, namelijk de bourgeoisie als de klas van de eigenar(ess)en en beheerd(st)ers(managers)van de productiemiddelen, goederen en het geld. Kapitaal is zich vermeerderende geld. Kapitalistische warenproductie betekent, dat alleen nuttig of minder nuttig en zelfs dodelijke producten zoals wapens alleen worden geproduceerd, om met de verkoop van deze producten het geld te vermeerderen. Aan het einde van de productie moet meer geld uitkomen dan deze heeft gekost.

Kapitalistisch zijn dus die individuen en instellingen (partijen, kerken, vakbonden, staten, enz.) het geld, goederen en productiemiddelen bezetten, om daarmee een ​​productieve activiteit te organiseren, die uiteindelijk de operatie het geld van de eigenaar(ess)en vermeerdert. In het huidig globaal kapitalisme prevaleert het privaatbezit van productiemiddelen. De institutionele eigendom, zoals de staatseigendom van productiemiddelen, geeft zich soms niet direct als kapitalistisch te herkennen en sluipt onder een socialistische masker. Echter de zogenaamde “socialistische landen”, zoals de Sovjet-Unie, DDR(Oost-Duitsland), enz. bezatten de productiemiddelen, goederen en geld, waarmee warenproductie organiseerden en het proletariaat uitbuitten net als in privaatkapitalisme. De zogenaamde Oostblok was dus staatskapitalistisch. Hoewel de partij- en staat bureaucraten niet persoonlijk bij het kapitaal horden, horden zij bij de staat als institutionele eigendom, waren de “communistische” politbazen de manager(es)s van het staatskapitalisme.

De particulieren en instellingen die geld, goederen en productiemiddelen bezitten kunnen dit kapitaal vermenigvuldigen laten door het huren de productiemiddelloze mensen (het proletariaat). Het productiemiddelvrij proletariaat bestaat soms uit vrije persoonlijkheden en soms uit minder vrije, die hun arbeidskracht aan de kapitalistische privaateigenar(ess)en en instellingen moeten verhuren want ze hebben het geld nodig, want alle noodzakelijke goederen kosten geld in het kapitalisme. De proletariërs verhuren zo hun arbeidkracht aan het kapitaal om te kunnen overleven.

Het proletariaat verhuurd zijn arbeidkracht aan het kapitaal, verkoopt deze het recht, deze arbeidskracht gedurende een bepaalde periode te kunnen gebruiken. Door het inhuren van de arbeidskracht zuigt het kapitaal mensen in. Proletariërs zijn in de kapitalistische productieproces menselijk productief kapitaal, die voor andere mensen en instellingen gebruikswaarde, ruilwaarde en meerwaarde produceren. De gebruikswaarde is de nuttige eigenschappen van de goederen en dienstverleningen. Bijvoorbeeld, de gebruikswaarde van een stoel is dat ik erop kan zitten, en de gebruikswaarde van een spoorlijn is dat jij je daarmee van A naar B kunt bewegen. Maar de kapitalistische eigenaar(ess)en van de meubelfabrieken en spoorwegen laten in eerste instantie stoelen en verplaatsingen produceren om ze in geld om te ruilen. Hoeveel geld met een ware of dienst omgeruild is, is ruilwaarde. Het geld is de verzelfstandigde uitdrukking van de ruilwaarde van de goederen en dienstverleningen. De ruilwaarde van goederen en dienstverleningen drukt zich in de prijs uit. De prijs is de gelduitdrukking van ruilwaarde. Goederen en dienstverleningen kosten in het kapitalisme geld. Maar wat kostten van de producten, vóór het bestaan ​​van de warenproductie en geld en zullen zij mogelijkerwijs ook weer in een toekomstige klassenloze en staatloze maatschappij kosten? Juist, kracht en tijd. Dit is ook in het kapitalisme zo, toch wordt dit feit in geld uitgedrukt. Achter de prijs als gelduitdrukking van ruilwaarde van een product staat deze waarde als de gemiddelde maatschappelijk noodzakelijke productietijd van het product. De prijs van de goederen wordt dus bepaald door de gemiddelde maatschappelijk noodzakelijke arbeidstijd bepaald. Cd’s zijn goedkoper dan auto`s meestal omdat de gemiddelde maatschappelijk noodzakelijke productietijd is lager dan van rijdende kasten met vier wielen. Toch de prijs en de waarde komen met de regel niet overeen, het liegt meestal boven of onder de waarde, omdat het ook door de marktconcurrentie door de verhouding van vraag en aanbod wordt gereguleerd.

Het proletariaat produceert aldus onder het bevel van kapitaal goederen en daarmee gebruikswaarde en ruilwaarde. Het overdracht in de productie de waarde die ervoor toepassende productiemiddelen op het nieuw product en verwerkt tegelijkertijd nieuwe ruilwaarde. De nieuwe waarde, die het produceert, valt in twee delen, een deel krijgt het als een loon – de huurprijs van de arbeidskracht – de andere deel eigent zich de kapitalistische eigenaar(ess)en als meerwaarde toe. In de zelfreproductieve arbeidstijd produceren de proletarische arbeidskrachten een ruilwaarde, die met hun eigen loon overeenkomt en in de meerarbeidstijd de meerwaarde, die zich het kapitaal en zijn manager(es)s toe-eigenen. De proletarische arbeiderskrachten bezitten voor de burgerij de gebruikswaarde die ze meer ruilwaarde produceren dan hun huurkosten. Het proletariaat is de kracht die van geld meer geld maakt, die het kapitaal vermeerdert.

Het kapitaal is dus in eerste instantie een klassenverhouding tussen de kapitalistische eigenar(ess)en en manager(es)s van de productiemiddelen en het productiemiddelloos proletariaat. Kapitaal is altijd de eenheid uit kapitaal en loonarbeid. De loonarbeid kan niet bestaan ​​zonder het kapitaal en het kapitaal niet zonder loonarbeid. Maar de bourgeoisie, de heersende kapitalistische klasse kan alleen bestaan ​​door het de loonafhankelijke mensen uit te buiten en de laatste alleen, door ze de uitbuiting tenminste te beperken. Kapitaal en arbeid kunnen alleen tegen elkaar, soms verborgen, soms open uitgevoerde klassenstrijd, bestaan. Kapitaal en arbeid kunnen niet zonder elkaar bestaan, maar ook niet met elkaar. Wat voor een moorddadige, martelende en asociale verhouding! Het kapitaal buit de loonarbeiders uit, ontvreemdt ze uit hun eigen arbeidskracht, die nu als menselijk productief kapitaal voor de burgerij de meerwaarde produceert, doden ze in “arbeidsongevallen” en als het proletariaat begint terug te vechten, krijgt het de sociaaleconomische en politieke macht van bourgeoisie te voelen.

Het kapitaal kan zonder de loonarbeiders niet bestaan. De loonarbeiders ook niet zonder kapitaal. Kapitalisten willen kapitalisten blijven. Vele loonarbeid(st)ers geloven dat het kapitalisme “normaal” en “natuurlijk” is. Maar er is ook een zeer dunne laag van proletariërs (loonarbeid(st)ers, werklozen, daklozen, gepensioneerden die vroeger loonarbeid(st)ers waren, kinderen en huishoudelijke arbeid(st)ers in proletarische gezinnen) die de loonarbeid bewust haat, die al te goed weet dat er geen loonarbeid zonder kapitaal kan zijn en het kapitalisme door middel van de revolutionaire zelfopheffing van het proletariaat van binnenuit breken.

De mogelijke wereldrevolutie als een permanente keten van verwoestingen van de kapitalistische natiestaten kan zich alleen door de enorme intensivering van de globale klassenstrijd en de daaruit voortvloeiende radicalisering van het proletarisch zijn en bewustzijn ontwikkelen. De huidige wereldwijde reproductieve klassenstrijd in het kader van het kapitalisme is een praktische en geestelijke voorbereiding op de mogelijke toekomstige globale sociale revolutie. Voor proletarische revolutionairen een bewuste school op de nog lange weg naar de mogelijke wereldwijde klassen- en staatloze maatschappij. Voor de meerderheid van onze klassen- broeders en zusters overal op onze planeet, die (nog?) niet een wereldrevolutie aanstreven, stelt de reproductieve klassenstrijd misschien een onbewuste school voor – als het wellicht ooit op een dag een mogelijkheid in de werkelijkheid wordt.

Proletarische revolutionairen kunnen alleen een bewuste uitdrukking van de klassenstrijd worden, als zij deze dynamiek praktisch-geestelijk bestuderen als zij zich noch arrogant-schoolmeesterachtig noch de arbeidersklasse verklarend en naar de proletkoelt vervallend gedragen. De houding ten opzichte van ons lijdende, maar nog in levende en vechtende klasse kan alleen een solidair-kritisch zijn.

De globale reproductieve klassenstrijd in het kader van het kapitalisme heeft zowel zijn progressierevolutionaire als zijn conservatiefreactionaire tendensen. De revolutionaire tendens is dat er deze überhaupt is. De strijd van het wereldproletariaat toont aan dat het meer dan alleen maar menselijk productief kapitaal voor de bourgeoisie is, dat het min of meer bewust zijn menselijke behoeften tegen de noodzakken van de kapitaalvermeerdering stelt en daarvoor klaar is te vechten. Voor een hogere loon voor een kortere arbeidstijden door stakingen, voor een ogenblik rust door samenzweerderige sabotage aan de productiemiddelen als feitelijke productief kapitaal, door geweld tegen stakingsbrek(st)ers, de bedrijfsbeveiliging en staatssmerissen, die iedereen zich tegen hun eigen belangen verzetten. Globale klassenstrijd weet ook dat autoritaire of beter gezegd slijmerige bazen in de donkere nacht door vermomde delen van het personeel een lichamelijke berisping toegekend krijgen. Nee, het klassenstrijdig proletariaat is geen karaktermasker van het menselijk productief kapitaal, dat alleen de rijkdom van de bourgeoisie vermeerdert.

Toch het wereldproletariaat bestaat ook uit zulke karaktermaskers van het menselijk productief kapitaal, mensen, die de loonarbeid totaal idealiseert, zelfs ziek aan het werk gaan. Toch zulke mensen in de klassenstrijd kunnen worden gedwongen, als het kapitaal aanvalt, hun loon verkort, de werktijden verlengt of hun baan ontslagen. Zelfs de meest conservatieve arbeid(st)ers op een gegeven moment kunnen niet meer dulden als hun biosociale reproductie bedreigd wordt.

De enkel- en de nationaalkapitalen, die deel van het wereld kapitalisme uitmaken, zijn wederom door de permanente interne kapitalistische concurrentie en het intern behoefte van de winstproductie gedwongen de arbeidersklasse aan te vallen. Hoge lonen brengen nadeel ten opzichte van de concurrentie. Geld voor bedrijfsveiligheid?! Dat is maar beter elders besteden! Het kapitaal streeft voortdurend de meerwaarde norm aan, de verhouding tussen de lonen en de winsten te verhogen. Als het personeel van een bedrijf of van een hele sector voor hogere lonen vecht, dan moet het management nadenken, hoe ze de loonarbeid zo organiseren, dat aan het eind veel meer winst wordt gemaakt, zodat de loonstijging meer dan verwerkt kan worden. Als het proletariaat voor verkorting van de arbeidstijd vecht, dan verdikt de management zeker de arbeid, dat wil zeggen dat ze intensiveren de arbeidstijd. De doel is dat de proletariërs in een kortere tijd veel winst of zelfs meer produceren als vroeger in de langere. De reproductieve klassenstrijd is een deel van de kapitaalvermeerdering, hij is als een doorn in de kont van het kapitalisme, die het tot vernieuwing dwingt. Dit is de sociaalconservatieve tendens van de reproductieve klassenstrijd, dat het in het kader van het kapitalisme blijft.

Kapitalistische rijkdom en productieve en onproductieve armoede van het proletariaat

De globale vermeerdering van de nationaalkapitalen is met een enorme concentratie van ellende verbonden. Kapitalistische rijkdom produceert proletarische ellende. Proletarische ellende produceert kapitalistische rijkdom. Hoeveel proletariërs produceren wereldwijd dingen die ze zich niet kunnen veroorloven? Dit is de productieve ellende van het proletariaat. De kapitalistisch realisme schetst het volgend beeld: Een arbeidster heeft een echte stompzinnige baan. Ze haat haar met al haar kracht. Toch heeft zij niet zo veel andere manieren. Zij moet haar verdragen. Haar productieve ellende is, dat zij te veel tijd op een baan verliest, die zij niet leuk vindt … Tot een dag de technische rationalisatie haar baan kapot maakt. Haar werk maakt nu een machine. Zij kan geen nieuwe baan vinden. De technische innovatie, die onscheidbaar met de globale vermeerdering van het kapitaal verbonden is, heeft haar voor de productie winst onproductieve armoede geduwd…

Laten we eens kijken naar de internationale kapitalistische rijkdom en de wereldwijde productieve en onproductieve proletarische ellende in de jaren tussen 2013-2015 in meer detail. De rijkste man ter wereld was, volgens de Forbes-lijst van 2015 de 59 jarige Microsoft-oprichter Bill Gates met 79,2 miljard dollar. Nummer 2 is de telecommunicatiesjeik Carlos Slim Helu met 77,1 miljard dollar. Warren Buffet kwam als een manager van zijn “legendarische” beleggingsmaatschappij op 72,7 miljard dollar, daarmee nummer 3 van de lijst. De 4e plaats ging naar 64,5 miljard dollar van de Zara oprichter Amancio Ortega. De oprichter van het softwarebedrijf Oracle, Larry Ellison, neemt met 54,3 miljard dollar op de 5e plaats in. Nummer 6 zijn de twee gebroeders Charles en David Koch van Koch Industries met 42,9 miljard dollar elk. Christy Walton de weduwe van John Walton en erfgename van Walmart met de mooie 41,7 miljard dollar is Nummer 7. Op de 8ste plaats bevind zich het verwant van de rijkste vrouw ter wereld, Jim Walton met 40,6 miljard dollar. De Franse dame Liliane Bettencourt landt als erfgename van het bedrijf L’Oreal en de trotse eigenares van een vermogen van 40,1 miljard dollar op de plats 10.

Toch niet alleen voor miljardairs in de afgelopen jaren waren niet zo slecht. Er zijn ook minder hongerleid(st)ers in deze wereld! Het volgend bericht kunnen we in de krant lezen: “Het aantal hongerige mensen in de wereld is volgens een VN-rapport licht gedaald. Toch hebben nog steeds ongeveer 795 mln mensen te weinig voedsel. Dit blijkt uit de wereldwijde honger verslag 2015 die drie VN-voedsel agentschappen op woensdag (27 mei 2015) in Rome hebben gepresenteerd. Aan het begin van de jaren 1990 was het aantal hongerleid(st)ers meer dan een miljard mensen. Als reden voor de ontwikkeling gelden onder andere de economische groei in landen als China en een productievere landbouw.” (Wereldwijd hongeren in de 795mln mensen: Junge Welt van 28 mei 2015).

Echter, er waren ook minder prettige berichten: De productieve ellende van het proletariaat, die de kapitalistische rijkdom produceert, nam toe: “Ondanks de groei nam het aantal sociaal onzekere banen volgens de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) wereldwijd toe. Driekwart van alle “werknem(st)ers” hebben dus geen voldoende sociaal veilige full-time baan met een vast contract en zekere loon. Daarbij tellen in Duitsland en andere landen ook diegenen met de zogenaamde minibanen(minijobs) en andere vormen van geringe werkgelegenheid. De gevolgen ervan zijn dalende inkomens en groeiende armoede, waarschuwde de ILO in haar op dinsdag (19 mei 2015) in Genève gepubliceerd wereld verslag over de werkgelegenheid.

Volgens de gegevens hebben rond 75 procent van alle werknem(st)ers tijdelijk of informele banen of doen onbetaald werk in kleine familiebedrijven. Meer dan 60 procent van alle werknem(st)ers hebben geen arbeidsovereenkomst, klaagt de VN-gespecialiseerd agentschap. In Duitsland waren dus in 2014 ongeveer 7,5 miljoen mensen in ‘minijobs’ actief. Bijna één op de vijf werknem(st)ers in de Bondsrepubliek in vorig jaar had slechts een 450 euro loon gehad en was slechts gedeeltelijk sociale verzekerd geweest…” (EU: Oft Überstunden und Unterbezahlung, in: junge Welt van 3. Juni)

De kapitalistische rijkdom produceert steeds meer onproductieve armoede, d.w.z. mensen die niet voor de kapitaalvermeerdering nodig zijn en daarmee echt overdadig zijn. In 2013 waren er wereldwijd minstens 200,13mln werklozen, terwijl het cijfer in 2014 tot 201.3mln steeg. Volgens de prognoses zullen in 2015 204,37mln mensen bij de onproductieve armoede van het wereldkapitalisme horen.

Niet alleen de crisis, maar ook de technologische renovatie bedreigen de proletariërs in het kapitalisme uit de relatieve productieve armoede in de absolute ellende van onproductieve bestaan geduwd te worden. In Duitsland, bijvoorbeeld, volgens het ministerie van Arbeid automatisering wordt elke achtste activiteit bedreigd, dat wil zeggen waarschijnlijk in de komende 10-20 jaar, kan 12% van de banen geautomatiseerd worden.

Dus zowel de kapitalistische groei als de kapitalistische crisis te vermenigvuldigen productieve en onproductieve ellende van het proletariaat. Ook de relatieve verarming d.w.z. de afstand tussen de levensomstandigheden van de bourgeoisie en het proletariaat, neemt toe: “Sociale gelijkheid blijft een fictie. Vooral in Duitsland. In vergelijking met andere landen is de kloof tussen arme en rijke mensen hier erg diep. Dit werd bevestigd door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in zijn op dinsdag (19 mei 2015) voorgestelde sociaalrapport. De vermogensongelijkheid is in de Bondsrepubliek, ‘verreweg sterker uitgesproken’ dan in veel andere OESO-lidstaten.

Tien procent van de Duitse bevolking hebben volgens het rapport, 60 procent van het nettovermogen van huishoudens. Gemiddeld in de OESO-landen is dit cijfer 50%. 60% van de arme mensen in Duitsland hebben 6% van de gezamenlijk huishouden”. (Sociaal rapport van de OESO)

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s