Democratische confederalisme als een vorm van de kapitalistische modernisering

Posted: May 23, 2015 in reproductieve klassenstrijd

In het tweede artikel “Koerdische nationalisme als de vijand van de wereld proletariaat”, analyseerden we de geschiedenis van onderdrukking van de Syrisch Arabische nationalisme in relatie tot de Koerdische minderheid in Syrië. Vóórkomen en de vorming van de linkse Koerdische nationalisme in Syrië, is moderne ideologie en praktijk van het “democratische confederalisme”. In het artikel is ook aanwezig een kritiek van (klein)burgerlijke emancipatie van vrouwen in Rojava en, natuurlijk, de meerderheid van de linksen in de wereld, die zien de gebeurtenissen die plaatsvinden in het Syrisch Koerdistan, iets wat verder gaat dan het kapitalisme.

Syrisch Arabische nationalisme

In de Syrische nationale staat zijn de Koerden de grootste taal- en culturele minderheid. Syrië ontstond door de vernietiging van het Ottomaanse Rijk door de imperialistische overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog en werd voor het eerst een Franse mandaatgebied. Toch in 1946 werd Syrië een onafhankelijke land met een sterke kapitaal en staatinterventionistische staatskapitalistische tendensen. In 1957 stichtte Osman Sabri samen met andere Koerdische nationalisten, de Koerdische Democratische Partij van Syrië (DPKS). Het doel van deze partij was een grotere culturele nationale autonomie van de Koerden in gedemocratiseerd Syrië. Het Koerdische nationalisme was dus in Syrië van aanvang een motor van de kapitalistische modernisering. Toch voor de linke dromers is de nationale en democratische autonomie geen handhaving vorm van kapitalisme en de vestiging van het kapitalisme en daarmee iets fundamenteel reactionaire, maar een of andere manier iets geëmancipeerd en progressief. Maar de Syrische nationalisten onderdrukten de Koerdische nationaal-democraten van de DPKS.

media_xll_2494934

Na het mislukken van de onderhandelingen over de oprichting van de staat unie met Egypte in 1961 verklaarde Syrië zichzelf Arabische republiek. De Koerden werden geïdentificeerd als  “vreemd lichaam” in de Arabische Syrische natie. Als gevolg van een uitzonderlijke volkstelling in het noord Syrische Koerdengebied (Jazeera) werden in 1962 120.000 Koerden (dat wil zeggen, ongeveer 20 procent van deze taal- en culturele gemeenschap in Syrië) buitenlanders verklaard. Deze sortering van Koerden door het Syrische nationalisten in “burgers” en “buitenlanders” was zeer willekeurig, zo werden er leden in dezelfde familie plotseling “burgers” en “buitenlanders”. Dat was ultrarepressieve demonstratie van het feit dat een natie niets natuurlijk is en de kapitalistische gecentraliseerde staat daarover beslist wie daar bijhort wie niet. Die tot “buitenlanders” verklaarde Koerden moesten hun paspoorten afgeven daarmee die behoorden deze zogenaamd konden vernieuwen. Toch die als “buitenlanders” afgestempelde Koerden kregen deze niet terug. Naturalisatie actie werd vergezeld door een nationalistische campagne met slogans als “Reed Arabisme in de Jazirah!” En “Bestrijd de Koerdische bedreiging!”. Staatloze Koerden werden in Syrië gevangen genomen want zij hadden geen papier en gevolg ervan mochten zij niet het land legaal verlaten.
In 1965 besloot de Syrische regering om een Arabische gordel langs de Turkse grens in Jazeera te bouwen. Deze nationalistische gordel was van 350 km lang en 10-15 km breed en hij was van de Iraakse grens in het oosten tot Ra’s al-‘Ayn in het Westen. Vanaf 1973 heeft deze nationalistische bevolking verandering in Jazeera in praktijk gebracht. Daarbij werden Arabische bedoeïenen door Syrische regering in de Koerdische gebieden verplaatst. Volgens het oorspronkelijke plan van de Arabisch-Syrische nationalisten moesten ongeveer 140.000 Koerden in de zuidelijke woestijn vlakbij Al-Raad gedeporteerd werden maar Koerdische boeren weigerden om te bewegen, ook al waren ze onteigend. Koerdische boeren, die door de Syrische regering “buitenlanders” waren verklaard, hadden geen recht op eigendom, geen recht op nieuwe huizen te bouwen en zelfs de oude huizen te repareren.
De heersende kringen – een krachtige professionele politici en relatief zwakke privé kapitalisten, grote delen van de Syrische economie hadden genationaliseerd – definieerden hun Arabisch-Syrische nationalisme dus in tegenstelling tot de Koerdische taal- en culturele gemeenschap. Elke natie is in werkelijkheid gesplitst in boven- en onderlaag, in uitbuiters en uitgebuiten. De nationalistische ideologie verhult juist de klassenkloof. Om reproductieve strijd van het proletariaat, dat wil zeggen, de strijd voor hogere lonen en/of een korte werktijden, niet te laten worden in een sociale revolutie, probeert de heersende klasse de mythe van de interne en externe “vijanden” op te blazen. De Syrische nationalisme en daarmee de heersende klasse versterkten zich op kosten van de Koerdische taal- en cultuur gemeenschap. Beter dan op deze manier kon de Arabisch-Syrische nationalisme hellemaal niet de Syrisch-Koerdische versterken en opladen.

De ideologie van democratische confederalisme en de kleinburgerlijke linksen

Ook in Syrië benutte de Koerdische nationalisme onder de leiding van de Democratische Unie Partij (PYD) – een links-nationalistische zusterpartij van de PKK – sinds 2011 de destabilisatie door de burgeroorlog en imperialistische interventie van andere staten om een de facto nationale autonomie in het noorden van het land te bevestigen. Deze nationale autonomie werd bedreigd door de islamitische terroristische groepering IS. Over de burgeroorlog in Syrië en imperialistische interventie gaan wij in de volgende artikel hebben. Hier gaan we de unieke burgerlijk-staatsstructuren van Koerdische nationalisme beschrijven in het noorden van Syrië en de ideologische luchtkastelen, welke de Europese linker kleinburgerij idealiseerde, hard bekritiseren.
Soms gewone burgerlijke ideologen hebben een betere realistische benadering van het begrip van de essentie dan de kleinburgerlijke linksen. Daarom willen we Wikipedia over de staatsstructuur van Koerdische linksnationalisme in het noorden van Syrië (Rojava) citeren: “Rojava, Syrisch-Koerdistan of West-Koerdistan (Koerdisch: Rojavayê Kurdistanê; Arabisch: کوردستان السورية Kurdistan Al-Suriyah), is een de facto autonome regio in het noorden en noordoosten van Syrië.[5] Het gebied staat vooral bekend onder de naam Rojava.
De Koerden beschouwen Syrisch Koerdistan als onderdeel van een groter Koerdistan dat ook delen omvat van zuidoost Turkije (Turks-Koerdistan), noordoost Irak (Iraaks-Koerdistan) en noordwest Iran (Iraans-Koerdistan). In de loop van de Syrische burgeroorlog trokken Syrische regeringstroepen zich terug uit drie Koerdische enclaves en gaven de controle aan de Volksbeschermingseenheden.
Het leger van Ro­ja­va zijn de Volksbeschermingseenheden (YPG).
De naam Koerdistan betekent letterlijk Land van de Koerden. De naam heeft het voorvoegsel “Syrisch” of “West”, wat verwijst naar de relatieve geografie of politieke toewijzing van de regio. In het Koerdisch luidt de naam van het gebied eenvoudig Rojava. Dit betekent het Westen (letterlijk: ‘daar waar de zon on­der­gaat’).
Tijdens de Syrische burgeroorlog werden, onder bestuur van de Hoog Koerdisch Committee, de Volksbeschermingseenheden (YPG) opgericht teneinde de door Koerden bewoonde gebieden van Syrië te controleren. Op 19 juli 2012 vestigde de YPG de controle van de stad Kobani (Ayn al-Arab) en de volgende dag vestigde zij controle over Amuda en Afrin.
De twee belangrijkste Koerdische groeperingen, de Koerdische Nationale Raad (KNC) en de Democratische Unie Partij, (Koerdisch: Partiya Yekitîya Demokrat, afgekort PYD), vormden nadien een gezamenlijke bestuursraad om de gecontroleerde steden te besturen. Tegen 24 juli 2014 waren de steden Al-Malikiyah (Dêrika Hemko), Ras al-Ayn (Serê Kaniyê), Ad-Darbasiyah (Dirbêsî), en Al-Maabadah (Girkê Legê) ook onder beheer gebracht van de Volksbeschermingseenheden. De enige belangrijke Koerdische steden die onder controle bleven van de Syrische regering waren Al-Hasaka en Kamishli. Hoewel, later delen van Hasaka en Kamishli eveneens onder controle kwamen van de YPG.
De Koerdische Opperste Commissie is het interim-bestuur van Syrisch-Koerdistan. Het werd opgericht door de Democratische Unie Partij (PYD) en de Koerdische Nationale Raad (KNC) na de ondertekening op 12 juli 2012 van samenwerkingsovereenkomst tussen de twee partijen in Hewlêr, Iraaks-Koerdistan onder het toezicht van de Iraaks-Koerdistanse president Massoud Barzani. De commissie is samengesteld uit een gelijk aantal leden van de PYD en KNC.
Bestaande politieke partijen zijn: Democratische Unie Partij, Syrische Unie Partij, Koerdische Nationale Raad.
De relaties met Turkije zijn complex. Turkije claimt dat de YPG hetzelfde is als de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), die door Turkije als een terroristische organisatie wordt beschouwd. Terwijl de leiders van de YPG stellen dat de PKK een aparte organisatie is. Turkije heeft desondanks toestemming verleend om doorgang te verlenen aan militaire ondersteuning door Iraaks-Koerdistan en heeft humanitaire hulp verleend.
Er is militaire samenwerking met Iraaks-Koerdistan.” http://nl.wikipedia.org/wiki/Rojava
Met de hulp van heel gewone burgerlijke ideologen uit Wikipedia kunnen we Rojava typische publieke handhavingvorm van kapitalistische modernisering karakteriseren. De Koerdische nationalisme is een moderne nationalisme, modern in de zin dat die niet andere taal-, religieuze en culturele gemeenschappen onderdrukt, maar wil integreren. Alle politieke partijen, links of rechts, zijn burgerlijk. Ze reproduceren de klassenkloof in de vorm van professionele politici aan de top en de kleinburgerlijke en proletarische leden aan de basis van de partijen. Partijen zijn basiseenheden van burgerlijke politiek, die  concurrentgematigd–coöperatief of monopolistisch politieke regeringsmacht nastreven. Aan de regeringsmacht komen politieke partijen door staatsgrepen, burgeroorlogen of parlementsverkiezingen. Die door de partijen beherende staten beschermen de burgerlijke eigendom aan de productiemiddelen – maakt het niet uit of privé-, coöperatief- of te wel eigendom van de staat.  Politieke partij, staat, natie en kapitaal reproduceren elkaar. Partijen zijn het fundament van de burgerlijke politiek, hebben ze de neiging om te concurreren met andere partijen aan de macht te komen. Zo waren de NSNAP, de SDAP en “C”PN, zo is de PvDA, VVD, PvDV, SP ect.. en zo zal het ook bij de Koerdische-linksnationale partij PYD zijn.
Het verhullen is de taak van de linkse demagogen. Zo noemt de marxist-leninist en grote fan van Koerdische linksnationalisme, Nick Brauns, de Rojava regerende professionele politici “Raadsregering”. Dit is een oude truc van het marxisme-leninisme. Toen grepen de Bolsjewieken in 1917 met de hulp van de arbeidersraden in Rusland de politieke macht en vervolgens vernietigden doelgericht door staatskapitalistische contrarevolutie de arbeidersraden. En dit alles trouwens was het nog onder Lenin en Trotski, niet Stalin. Hun nieuwe nationale staat noemden de partij “communistische” politici demagogisch “Sovjet-Unie” (Raden Union). Echter de nieuwe sovjets waren alleen maar de mantels voor de “communistische” partij dictatuur en staatskapitalistische uitbuiting van het proletariaat. Ze hadden niets te maken met arbeidersraden als organen van zelf-georganiserende proletarische klassenstrijd. Ook de raden in Rojava zijn normale democratische staatsinstellingen, die vanzelfsprekend alleen de politieke toedieningsvorm van een kapitalistische warenproductie kunnen zijn, natuurlijk.
De kleinburgerlijke linkse krant Junge Welt vroeg de bestuurslid van de Vereniging van Studenten van Koerdistan (YXK), Thomas Marburger de vraag: “Is het kapitalisme in Kobani (kanton en de stad in Rojava, die door de IS werd bedreigd) afgeschaft?” Zijn antwoord: “Nee, er zijn nog arm en rijk, de productiemiddelen zijn nog niet volledig gesocialiseerd. Staatsgrond werd aan de communes op zelfbestuur overgedragen om coöperaties en agrarische projecten op te bouwen. Daarnaast werd een interim-regering gevormd – een daarvan is de Partij van Democratische Unie (PYD). Vanwege de spannende situatie is nog niet mogelijk geweest om verkiezingen te houden”(Democratische autonomie breidt zich het midden van de oorlog uit, Junge Welt, blz. 8, 27 oktober 2014).
Hier hebben we alle politieke categorieën, die een normale democratie als een kapitalistische vorm van de overheid onderscheiden, ook voor Rojava genoemd: partijen, regering, lokaal zelfbestuur en verkiezingen. Maar hoe zit het met de agrarische coöperaties? Die kunnen in het kader van de kapitalistische staat niets anders zijn dan genotenschapen  dat wil zeggen kleinburgerlijke collectieve vormen van de warenproductie. Veel genotenschapen werden al normale kapitalistische bedrijven, maar nergens werden genotenschapen in het kader van nationale staten klassenloze en staatloze maatschappij. Dit geldt ook voor de collectieve boerderijen in het kader van staat en kapitaal, welke de anarcho-sindicalistische CNT tijdens de Spaanse Burgeroorlog uitvoerden. Momenteel is de socialisatie van de productiemiddelen alleen mogelijk door de vernietiging van de staat en de afschaffing van de waar-geld-verhouding. In de economisch zwak ontwikkelde Koerdische regio`s waren genotenschapen in het kader van democratische autonomie een fasen van de ontwikkeling van de kapitalistische warenproductie. De Koerdische nationalisme is dus nog in het noorden van Syrië een doorzettingsvorm van het kapitalisme en niet anti-kapitalistisch.

(Klein)burgerlijke emancipatie van vrouwen in Rojava

De Koerdische nationalisme geeft een duwtje in de rug van burgerlijke vrouwenemancipatie. De kapitalistische klassenstructuur is ook in de moderne landen als Nederland met de patriarchale discriminatie van vrouwen verbonden. Wereldwijd zijn er relatief weinig vrouwelijke -kapitalisten, -managers, -politici, maar de proletarische vrouwen worden bijzonder hard uitgebuit.  Arbeidsters krijgen altijd nog veel minder loon dan hun mannelijke collega’s. Bovendien liggen de meeste van de biosociale reproductiearbeid binnen de familie op de schouders van vrouwen. (Klein)burgerlijke feminisme kan alleen gelijkberechtiging in de klassensplitsing bieden, dwz gelijkberechtiging van kapitaalmanagers en kapitaalmanagsters, een ook van proletariërs en vrouwelijke proletariërs. Wij de sociaal-revolutionairen over de kwestie van de emancipatie van vrouwen hebben een duidelijke klassenstandpunt. Terwijl wij de strijd van de proletariërs op gelijke lonen van mannen en vrouwen van de arbeidersklasse als onderdeel van de reproductieve klassenstrijd kritisch steunen interesseert ons het optreden de burgerlijke dames voor de vrouwenquota voor de topposten in de politiek en het bedrijfsleven hellemaal niet. Maar de reproductieve klassenstrijd van proletariërs tegen de vrouwenonderdrukking kan alleen maar leiden tot een burgerlijke emancipatie van vrouwen als het niet tot een sociale revolutie uitgroeit. Daarom streeft de communisme de vernietiging van kapitaal, de staat en het patriarchaat door de sociale revolutie aan, terwijl de (kleine)burgerlijke feminisme kapitaal en de staat door de burgerlijke vrouwenemancipatie wil hervormen. Communisme en (klein)burgerlijke feminisme zijn onverenigbaar met elkaar, ze botsen tegen elkaar, zoals het water en vuur. Sociale revolutionairen vechten niet voor een vrouwenquotierte kapitaalbeheer, maar daarvoor, dat de arbeidsters de vrouwbazen ontmachten, terwijl de (kleine)burgerlijke feminisme de vrouwbazen wil vermeerderen. Dat ligt voor de hand dat wij in Rojava nieks met (klein)burgerlijke feminisme te maken hebben. Binnen de staatsstructuren kan vrouwenemancipatie alleen burgerlijk zijn.

Westerse en Russische linksen in dienst van de Koerdische nationalisme links

Dus in Rojava hebben we een ongelijkmatige ontwikkeling. Terwijl de economie nog steeds zeer onderontwikkeld is kunnen we een ultra moderne politieke bovenbouw zien: een multi-etnische en vrouwenemancipatieve staat. Maar alle nationale staten met inbegrip van de politiek correcte, zijn structurele klassenvijand van de wereld proletariaat. Alle professionele politici leven op kosten van het proletariaat. Zij eigenen zich door belastingen een deel van de meerwaarde toe die door het proletariaat produceert wordt. Professionele politici beheren over de hele wereld de kapitalistische uitbuiting van het proletariaat en gaan tegen het repressief voor, als het zich voordoet in de klassenstrijd. Het wereldproletariaat heeft ervoor met bittere nederlagen altijd betaald wanneer het bepaalde nationaal staten en staatsvormen tegen andere naties en staatsvormen verdedigde. Daarom strijden we, de sociaal-revolutionairen tegen Koerdische nationalisme in het noorden van Syrië, evenals tegen een andere nationalisme maar wij verdedigen hem(Koerdische nationalisme) niet tegen andere politieke fractie van het wereldkapitaal. In tegenstelling tot de sociaal-revolutionaire posities zijn de marxistische en anarchistische kleinburgers die verheerlijken en verdedigen van de Koerdische links-nationalisme en daarmee een nieuwe nederlagen van het proletariaat voorbereiden. Solidariteit met de PKK en PYD is solidariteit met de Koerdische politbonzen tegen het Koerdische proletariaat! Zelfs als geen revolutionaire situatie is, kan het dus voor echte sociaal-revolutionairen geen alibi daarvoor zijn, die contrarevolutie voorbereidt. Solidariteit met de Koerdische links-nationalisme is actieve voorbereiding voor de contrarevolutie!
De PKK/PYD kon en kan alleen het kapitalisme reproduceren. Ze was en is een fractie van het wereldkapitaal. Nadat de staatskapitalistische optie werd afgevallen, blijft voor PKK alleen een optie. Het idee van “democratische confederalisme”. Door middel van dat idee proberen zij in de Koerdische gebieden het privékapitalisme reproduceren maar op een andere niveau. Op deze manier proberen de kleinburgerlijke linksen, als spreekbuis van de Koerdische links-nationalisme in het Westen, kapitalistische masker in een heldere rode kleur laten zien.
Ook de “Radikale Linke” uit Neurenberg, beweert op zijn website over de Koerdische-linksnationale doorzettingsvorm van het kapitalisme in het noorden van Syrië: “Rojava staat voor een socialistisch project dat alle etnische groepen en religies probeert te verenigen en gelijkheid van vrouwen en mannen in het dagelijks leven en in de politieke praktijk uit te voeren, om een nieuwe samenleving op te bouwen. Ondanks de catastrofale effecten van de Syrische burgeroorlog, zijn de inwoners van de regio Rojava sinds 2011 begonnen een politieke sociale revolutie te implementeren die een alternatieve ontwikkeling in alle sectoren van de samenleving heeft geleid. Geïnspireerd door het model van de democratische confederalisme werden een communaal en regionaal zelfbestuur door radendemocratie, vrouwenraden en eigen democratisch georganiseerde veiligheidsdiensten gecreëerd. De raden zijn gebaseerd op een multi-etnische, multi-religieuze en anti-patriarchale visie buiten de burgerlijk-kapitalistische staten.” (www.redside.tk/rl)  Ja, dit is een uitstekende prestatie linksburgerlijke demagogie! Als Rojava een “radendemocratie” is dan zo is het willekeurige Europees land!
De globale anarchisme, die in de hoofdstromingen net zo kleinburgerlijke was en is als marxisme, laat zich gedeeltelijk door de nieuwste libertaire-democratische frasen van de Koerdische links-nationalisme in Turkije en het noorden van Syrië bedwelmd, evenals eerder vele partij-“communisten” door de marxistisch-leninistische afzonderingen van de PKK. Waarom is de politieke links zo kwetsbaar tegenover kapitalistische staten? Omdat het om een kleinburgerlijke scene gaat, die voornamelijk uit studenten, intellectuelen en een paar verdwaalde proletariërs – die binnen de linker scene hun klassenbewustzijn verloren hebben – bestaat. Uit professoren, die niet hun goede baan willen verliezen en daarom willen zij niet radicaal optreden. Uit studenten, die nog een keer alternatief van het leven willen genieten, voordat zij zich volledig aan de filister dagelijks leven aanpassen. Uit parlementairs van social-democratische links partijen en journalisten van linkse kranten, die natuurlijk hun ideologieware ook niet zo radicaal mogen schrijven omdat er daarvoor momenteel geen bod is. En vanzelfsprekend bestaat de linkse scene ook uit antifascisten, antiracisten en feministen, wiens inzet van Duitsland en de EU meegefinancierd werd, evenals uit fulltime ideologen van Rosa Luxemburg stichting en uit het educatief apparaat van de vakbonden. Oh ja, er zijn nog antiautoritaire linksen die zich in hun zelfbesturende cafetaria’s prettig voelen en daarom vinden zij de democratische autonomie van de Koerdische links-nationalisme gewoon normaal. De linkse scene bestaat dus uit een groot deel van de intellectuelen en politici die diep geïntegreerd zijn in de warenproductie, de burgerlijke maatschappij en de democratische parlementaire staatssysteem.  Die maakt ze ongeschikt en onwillig om tegen het kapitalisme te bestrijden – maar heel aanpasbaar-opportunistisch tegenover de verschillende nationale en politische fracties van het werldkapitaal.

Advertisements
Comments
  1. andré van wonderen says:

    Het in mei op de website gepubliceerde artikel “Democratische confederalisme als een vorm van de kapitalistische modernisering” schrijft terecht over “De globale anarchisme [dat zich] gedeeltelijk laat leiden door de nieuwste libertaire-democratische frasen van de Koerdische links-nationalisme in Turkije en het noorden van Syrië bedwelmd” en dat “Anarchistische kleinburgers verheerlijken en verdedigen van de Koerdische links-nationalisme en daarmee een nieuwe nederlagen van het proletariaat voorbereiden”.

    Maar daarmee houdt het zo’n beetje op. Want het artikel schiet schromelijk te kort als het erom gaat dat een onderscheid te maken tussen de kleinburgerlijke anarchisten en de internationalistische anarchisten, terwijl er nu nog anarchisten en anarchistische groepen bestaan die zich plaatsen in de traditie van Malatesta en consorten en de imperialistische oorlog afwijzen als een aanval op de arbeidersklasse.

    In de loop van de geschiedenis van de afgelopen honderd vijftig jaar is het anarchisme er altijd prat op gegaan de meest principiële en doortastende verdediger te zijn van de internationale solidariteit. Maar het heeft in de afgelopen honderd jaar ook voorop gestaan in het verkwanselen van het proletarisch internationalisme. Met dit in het achterhoofd: hoe moeten we dan de oproepen begrijpen van het overgrote deel van de anarchisten en anarchistische groepen, tot internationale solidariteit met wat door hen wordt betiteld als “De Revolutie in Rojava?

    De meeste anarchisten denken inderdaad dat er “een grote goocheltruc heeft plaatsgevonden” en dat de PKK met haar leuzen over ‘federatieve vormen van organisatie’ en ‘de emancipatie van de vrouw’ propaganda maakt voor min of meer revolutionaire organisatievormen. Het feit dat deze propaganda niet door alle anarchistische stromingen blindelings wordt gevolgd, en op zijn minst, met zekere terughoudendheid wordt tegemoet getreden, moet bij ons al een lichtje doen branden.

    Neem bijvoorbeeld de verklaring van bekende anarchist Jan Bervoets, na zijn deelname aan een Internationale Anarchistische Conferentie in St. Imier en de propaganda te hebben aangehoord van de Turkse anarchistische groep DAF ten gunste van de PKK: “Of Öcalan het licht heeft gezien, of hier het gezegde “als de vos passie preekt, boer pas op je kippen” van toepassing is? Hebben we hier, met zijn allen, geschiedenis meegemaakt of zijn we getuige geweest van een grote begoochelingtruc?” (2012-08-18)

    De KRAS, de Russische afdeling van de anarcho-syndicalistische Internationale Arbeiders Associatie (IAA), heeft nog niet openlijk stelling heeft genomen ten opzichte van de zogenaamde “Revolutie in Rojava”. Maar we weten dat ze al sinds twee decennia duidelijk stelling neemt tegen het nationalistische vergif van de oorlog. Zowel met betrekking tot de oorlog in Tsjetsjenië, in Georgië, het Oosten van de Oekraïne als de militaire interventie van de grootmachten in Libië heeft ze duidelijk een internationalistische stem doen klinken. Stellingname die in de pers van de IKS (en zelfs door enkele andere anarchistische groepen) dan ook steeds hartelijk zijn begroet.

    Dit maakt dat deze groep en, tot op zekere hoogte, ook de Anarchist Federation (AF) in Groot-Brittannië (https://afed.org.uk/anarchist-federation-statement-on-rojava), niet over één kunnen scheren met groepen als “De Vrije Bond” in Nederland) of een groep als “Syndikalismus” in Duitsland. En dat moeten we ook niet doen. Want vele militanten van de klasse, geïnteresseerd in internationalistische standpunten en een perspectief dat verder gaat dan het kapitalisme, doorlopen deze weg via lokale anarchistische groepen. Het is onze taak en verantwoordelijk ervoor te vechten dat deze elementen niet in het anarchisme blijven steken.

    Een van de manieren om dat te doen is, onder meer, door een fundamentele kritiek te leveren op anarchistische conceptie van de “internationale solidariteit”; in dit geval inzake de situatie in Rojava ….

    Kameraadschappelijke groeten,

    • srbeweging says:

      In het algemeen gaat deze tekst eigenlijk om kleinburgerlijke linksen en een klein beetje om kleinburgerlijke anarchisten. Het gaat niet persoonlijk over bepaalde groepen anarchisten maar die groepen die Democratische confederalisme en vakbondbewegingen ondersteunen.
      Ik ben zelf ook anarchist en bekritiseer ik ook daarom anarchisten. Trouwens Malatesta was geen anarchist maar anarcho-communist.
      Er komt nog een paar teksten hier te staan m.b.t. Koerdische nationalisme, IS en imperialisme.

  2. andré van wonderen says:

    Bedankt voor de reactie, maar hij is wel heel erg kort en niet zo krachtig. Want in de reactie wordt geen antwoord gegeven op de essentiële kwestie, die ik in mijn bijdrage stel: de omvang en de impact van de propaganda van de anarchisten met betrekking tot the gebeurtenissen rondom Kobani. Namelijk dat daar, in Rojava, een internationalistische beweging zou plaatsvinden (zelfs een revolutie), gesteund door een PKK, die tot het confederalisme zou zijn bekeerd.

    In het betreffende artikel worden inderdaad wel die tendensen bekritiseerd die “het democratische confederalisme en vakbondsbewegingen ondersteunen”, maar alleen linksburgerlijke elementen (Nick Brauns) en stromingen (marxisme-leninisme) en groepen (Radikale Linke) worden daarbij met naam en toenaam aangeklaagd voor hun nationalisme. Maar in datzelfde artikel wordt er geen enkele anarchistische groep of persoon aangeklaagd voor de verdediging van datzelfde nationalisme.

    Het artikel vermeld aan het einde nog wel dat “De globale anarchisme, die in de hoofdstromingen net zo kleinburgerlijke was en is als marxisme, laat zich gedeeltelijk door de nieuwste libertaire-democratische frasen van de Koerdische links-nationalisme in Turkije en het noorden van Syrië bedwelmen … ”.

    Maar dit is nogal vaag: “Het globale anarchisme (…) laat zich gedeeltelijk (….) bedwelmen”. Wie zijn precies die personen en groepen die zich (gedeeltelijk?) laten bedwelmen door de retoriek van de Koerdische separatistisch nationalisme? Waarom worden die, in tegenstelling tot die van links, niet met name genoemd. Is dat om de anarchistische “familie” niet voor het hoofd te stoten?

    In de reactie wordt wel vermeld: “Ik ben zelf ook anarchist en bekritiseer ik ook daarom anarchisten”. Maar, in hoeverre worden de anarchisten (door jou of jullie?) bekritiseert? Welke anarchisten (anarchistische groepen) worden wel en welke niet bekritiseert? In het betreffende artikel, waar ik op reageer, wordt geen enkele anarchistische groep of persoon ter verantwoording geroepen, vanwege hun steun aan de imperialistische oorlog.

    En dan schrijf je tenslotte (om mij gerust te stellen?) “Er komt nog een paar teksten hier te staan met betrekking tot Koerdische nationalisme, IS en imperialisme.” Nou, ik heb het volgende artikel gezien (“De imperialisme, de ISIL en de Koerdische nationalisme”), maar ook daar kan ik nog steeds geen passage vinden waarin deze of gene anarchistische persoon of groep ter verantwoording wordt geroepen.

    Nogmaals, waar blijft de aanklacht ten opzichte van de gevestigde anarchistische organisaties:
    – In een demonstratie in Frankrijk, die vorig jaar plaatsvond, werd er een spandoek hoog gehouden, waarop stond: “Wapens voor het Koerdische verzet, Rojava is hoop, anarchisten in solidariteit“ De vlaggen van de Franse Federatie van Anarchisten (FA) stellen zich ook op achter hetzelfde spandoek.
    – Op de website van de Anarchistische Groep Nijmegen werd er in februari van dit jaar nog vermeld: “De Turkse staat zit (…) niet te wachten op een revolutionaire autonome regio bij hem op de stoep, (…) als de ‘revolutie’ in Rojava slaagt”.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s