Archive for May, 2015

In het tweede artikel “Koerdische nationalisme als de vijand van de wereld proletariaat”, analyseerden we de geschiedenis van onderdrukking van de Syrisch Arabische nationalisme in relatie tot de Koerdische minderheid in Syrië. Vóórkomen en de vorming van de linkse Koerdische nationalisme in Syrië, is moderne ideologie en praktijk van het “democratische confederalisme”. In het artikel is ook aanwezig een kritiek van (klein)burgerlijke emancipatie van vrouwen in Rojava en, natuurlijk, de meerderheid van de linksen in de wereld, die zien de gebeurtenissen die plaatsvinden in het Syrisch Koerdistan, iets wat verder gaat dan het kapitalisme.

Syrisch Arabische nationalisme

In de Syrische nationale staat zijn de Koerden de grootste taal- en culturele minderheid. Syrië ontstond door de vernietiging van het Ottomaanse Rijk door de imperialistische overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog en werd voor het eerst een Franse mandaatgebied. Toch in 1946 werd Syrië een onafhankelijke land met een sterke kapitaal en staatinterventionistische staatskapitalistische tendensen. In 1957 stichtte Osman Sabri samen met andere Koerdische nationalisten, de Koerdische Democratische Partij van Syrië (DPKS). Het doel van deze partij was een grotere culturele nationale autonomie van de Koerden in gedemocratiseerd Syrië. Het Koerdische nationalisme was dus in Syrië van aanvang een motor van de kapitalistische modernisering. Toch voor de linke dromers is de nationale en democratische autonomie geen handhaving vorm van kapitalisme en de vestiging van het kapitalisme en daarmee iets fundamenteel reactionaire, maar een of andere manier iets geëmancipeerd en progressief. Maar de Syrische nationalisten onderdrukten de Koerdische nationaal-democraten van de DPKS.

media_xll_2494934

Na het mislukken van de onderhandelingen over de oprichting van de staat unie met Egypte in 1961 verklaarde Syrië zichzelf Arabische republiek. De Koerden werden geïdentificeerd als  “vreemd lichaam” in de Arabische Syrische natie. Als gevolg van een uitzonderlijke volkstelling in het noord Syrische Koerdengebied (Jazeera) werden in 1962 120.000 Koerden (dat wil zeggen, ongeveer 20 procent van deze taal- en culturele gemeenschap in Syrië) buitenlanders verklaard. Deze sortering van Koerden door het Syrische nationalisten in “burgers” en “buitenlanders” was zeer willekeurig, zo werden er leden in dezelfde familie plotseling “burgers” en “buitenlanders”. Dat was ultrarepressieve demonstratie van het feit dat een natie niets natuurlijk is en de kapitalistische gecentraliseerde staat daarover beslist wie daar bijhort wie niet. Die tot “buitenlanders” verklaarde Koerden moesten hun paspoorten afgeven daarmee die behoorden deze zogenaamd konden vernieuwen. Toch die als “buitenlanders” afgestempelde Koerden kregen deze niet terug. Naturalisatie actie werd vergezeld door een nationalistische campagne met slogans als “Reed Arabisme in de Jazirah!” En “Bestrijd de Koerdische bedreiging!”. Staatloze Koerden werden in Syrië gevangen genomen want zij hadden geen papier en gevolg ervan mochten zij niet het land legaal verlaten.
In 1965 besloot de Syrische regering om een Arabische gordel langs de Turkse grens in Jazeera te bouwen. Deze nationalistische gordel was van 350 km lang en 10-15 km breed en hij was van de Iraakse grens in het oosten tot Ra’s al-‘Ayn in het Westen. Vanaf 1973 heeft deze nationalistische bevolking verandering in Jazeera in praktijk gebracht. Daarbij werden Arabische bedoeïenen door Syrische regering in de Koerdische gebieden verplaatst. Volgens het oorspronkelijke plan van de Arabisch-Syrische nationalisten moesten ongeveer 140.000 Koerden in de zuidelijke woestijn vlakbij Al-Raad gedeporteerd werden maar Koerdische boeren weigerden om te bewegen, ook al waren ze onteigend. Koerdische boeren, die door de Syrische regering “buitenlanders” waren verklaard, hadden geen recht op eigendom, geen recht op nieuwe huizen te bouwen en zelfs de oude huizen te repareren.
De heersende kringen – een krachtige professionele politici en relatief zwakke privé kapitalisten, grote delen van de Syrische economie hadden genationaliseerd – definieerden hun Arabisch-Syrische nationalisme dus in tegenstelling tot de Koerdische taal- en culturele gemeenschap. Elke natie is in werkelijkheid gesplitst in boven- en onderlaag, in uitbuiters en uitgebuiten. De nationalistische ideologie verhult juist de klassenkloof. Om reproductieve strijd van het proletariaat, dat wil zeggen, de strijd voor hogere lonen en/of een korte werktijden, niet te laten worden in een sociale revolutie, probeert de heersende klasse de mythe van de interne en externe “vijanden” op te blazen. De Syrische nationalisme en daarmee de heersende klasse versterkten zich op kosten van de Koerdische taal- en cultuur gemeenschap. Beter dan op deze manier kon de Arabisch-Syrische nationalisme hellemaal niet de Syrisch-Koerdische versterken en opladen. (more…)

Advertisements