De strijd tegen het kapitalisme

Posted: May 3, 2013 in politici, staat

Dit artikel gaat over vraagstukken van de strijd tegen het kapitalisme, het terrein van de strijd tegen het systeem en de organisatiemethoden en taken van de sociaalrevolutionaire groepen. Het artikel biedt ook een radicale kritiek op de democratie, het “socialisme” en de daaruitvolgende behoefte aan een breuk van sociale revolutionairen met de politieke linkse moeras.

Volgens sociaal-revolutionairen moet de strijd tegen het kapitalisme duidelijk als een sociale verhouding worden gevoerd. Wanneer de “radicale” linkse groepen op ontelbare demonstraties zich “bovendien ook” tegen het kapitalisme uitspreken maar hier en nu de rol spelen van de linkerzijde van de democratische staat, dan kan men deze strijd niet een echte strijd tegen het kapitalisme noemen.

Het kapitalisme kan niet door demonstraties vernietigd worden. De primaire plaats van de strijd tegen het kapitalisme is niet de straat maar de plekken waar de macht van het kapitaal en de staat wordt geproduceerd: in de bedrijven, kantoren, laboratoria, scholen en universiteiten. Alleen daar kan het kapitalisme ook ten val worden gebracht. Door de klassenstrijd. In de meeste gevallen stelt de klassenstrijd zich reproductieve doelen, zoals hogere lonen, kortere werktijden en het behoud van productielocaties. Maar de arbeidSTers kunnen zich in deze reproductieve strijd radicaliseren tot een revolutionair zijn en bewustzijn komen. Net als tijdens de crisis in Duitsland na de Eerste Wereldoorlog (1918-1923), toen een revolutionaire laag van arbeidSTers bestond, die zowel door de linkervleugel van de burgerlijke politiek (Sociaaldemocratie, Partij-“Communisme” en “Anarcho”-Syndikalisme) als door de rechtervleugel daarvan (Conservatieven en Nazis) werd vernietigd of geïntegreerd.

Zelfs nu bevat de reproductieve klassenstrijd revolutionaire tendensen. De arbeiders werken langzaam, eigenen zich producten en productiemiddelen toe. En er ontstaan onzichtbare structuren voor het netwerken van collega’s in de strijd tegen het kapitaal en de staat. Juist op deze – vaak instinctieve en nog niet bewuste revolutionaire tendensen van de reproductieve klassenstrijd moeten de sociale revolutionairen op bewuste wijze aanknopen. We hangen niet aan de staart van de aangepaste vakbondsbureaucratie, zoals de overgrote meerderheid van de politieke linksen doet.

Het zwaartepunt van de klassenstrijd kan zich alleen in het kapitalistische productieproces bevinden. Dit maakt de straat nog steeds belangrijk maar van ondergeschikt belang. Maar het hoofdstrijdterrein van zelfs de “radicaalste” linkse groep is de straat, waardoor ze alleen al om deze reden voor de echte antikapitalistische strijd ongeschikt is. De strijd tegen het kapitalisme betekent de vernietiging van alle staatsvormen van het kapitaal, dat wil ook zeggen de vernietiging van de democratie en “socialisme”. Die twee staatsvormen die de brave linksen niet bestrijden, maar willen verdedigen tegen rechts.

De strijd tegen het kapitalisme sluit niet uit, maar houdt juist in dat we de nazi’s, waar dat nodig, zinvol en mogelijk is – klappen verkopen maar zonder de ideologie van antifascisme. We verdedigen de democratie niet tegen de nazi’s, maar wij strijden tegelijkertijd tegen de democratie en de nazi’s. En we vergeten daarbij niet dat antifascisme ook deel uitmaakt van de burgerlijke politiek, die principieel bestreden moet worden.

De revolutionaire organen, die grote delen van het proletariaat omvatten en een instrument van zelfgeorganisereerde klassenstrijd zijn, kunnen alleen tijdens de sociale revolutie ontstaan. Maar de huidige sociale revolutionairen moeten zich nu al organiseren – los van de linksen die niet in staat zijn om zich praktisch en bewust van het kapitaal en de staat te bevrijden.

Sociaalrevolutionaire groepen mogen niet hetzelfde zijn als partijen of vakbonden. Zij mogen in zichzelf geen co-management van loonarbeid en de politiek dulden. In hen moet een permanente strijd tegen interne bureaucratiseringsprocessen uitgevoerd worden. Dat er in sociaalrevolutionaire groepen geen full-time functionarissen mogen zijn, is vanzelfsprekend. Maar daarmee is de strijd tegen de burgerlijke organisatiestructuren in de rijen van de revolutionairen geenszins afgelopen. Ook de vaardigheden van revolutionairen zijn verschillend ontwikkeld. Dus hoe kan men het beste voorkomen dat bijzonder bekwame kameraden een nieuwe hiërarchie vormen? Waardoor kan men bereiken dat alle kameraden, ook degenen die het moeilijker vinden, actief aan de revolutionaire activiteit deelnemen? Zulke problemen zullen binnen het kapitalisme nooit volledig opgelost kunnen worden. De strijd tegen de reproductie van de klassenmaatschappij in de eigen gelederen is een voortdurend proces. En hij moet consequent en bewust gevoerd worden.

Dat geldt ook voor de strijd tegen alle tendensen tot zelfoverschatting en voorhoede binnen de sociaalrevolutionaire groepen. Want ze zijn niet de leiding van het wereldproletariaat en kunnen het ook helemaal niet zijn. Zij kunnen bij de radicalisering van het proletarische klasse-zijn en bewustzijn belangrijke impulsen geven en processen versnellen – niet meer en ook niet minder. Sociaalrevolutionaire kleine groepen moeten niet denken dat ze als marxistische partijen en anarcho-syndicalistische vakbonden de toekomstige massaorganen van de sociale revolutie zijn. Want de toekomstige revolutionaire massaorganisaties kunnen alleen door de meerderheid van het proletariaat in de sociale revolutie geschapen worden, maar niet door de revolutionaire minderheden al vóór de revolutie.

In maatschappelijke crisissituaties kan de reproductieve klassenstrijd van het proletariaat zich radicaliseren tot de sociale revolutie. Het proletariaat zal in de revolutionaire situatie zijn organen van strijd moeten vormen. Hoe deze er concreet zullen uitzien, kan nu nog niet gezegd worden. In het verleden namen de potentieel en de tendentieël revolutionaire massaorganisaties de vorm aan van arbeidSTersraden, onafhankelijke stakingscomités en algemene vergaderingen. Helaas waren deze historische massaorganisaties van zelfgeorganiseerde proletarische klassenstrijd alleen tendentieël en potentieel sociaal revolutionair. Zij hadden helaas objectief en subjectief niet de kracht de sociale revolutie bewust tot overwinning te brengen! Het proletariaat, drager van het revolutionaire proces, was sociaal te zwak en mentaal te weinig bewust om de kapitalistische warenproductie en de staat op te heffen.

Onder andere lag dat eraan, dat de proletariër/sters nog niet bewust antipolitiek waren – ondanks de aanwezigheid van antipolitieke instincten. Zo konden steeds opnieuw groot- en kleinburgerlijke politici in de organen van de proletarische klassenstrijd binnendringen en hen een reactionaire streek spelen. Zo was het in 1917, toen tussen februari en oktober (volgens de oude Russische kalender) kleinburgerlijke privaatkapitalistische krachten de sovjets (raden) beheersten. En zo was het na de oktober 1917, toen de kleinburgerlijke politieke kracht van het bolsjewisme met de hulp van de Sovjets de regeringsmacht veroverde en zich in een grootbureaucratisch-staatskapitalistische kracht veranderde. In 1979 in Iran lukte het islamistische mullahs tijdens de anti-sjah beweging in de raden van stakende oliearbeidSTers voet aan de grond te krijgen en daarmee de politieke macht in het land te veroveren.

Proletarische revolutionairen moeten, als zich in de sociale revolutie massaorganen van zelfgeorganiseerde klassenstrijd ontwikkeld hebben, hun eigen tot dan toe kleine groepen tendentieël in deze oplossen. Wat tot dan toe de kracht was van de revolutionaire kleine groepen, hun bewuste helderheid, moeten zich met de kracht van de tendentieël en potentieel revolutionaire massaorganisaties van de zelfgeorganiseerde klassenstrijd, namelijk om de materiële kracht en sterkte van het proletariaat georganiseerd tot uitdrukking te brengen, versmelten om tot een bewuste kracht van de sociale revolutie te worden!

Het sociale wereldrevolutie kan niet anders zijn dan een permanente keten van vernietiging van alle nationale staten. Tegelijkertijd moet de warenproductie wereldwijd worden opgeheven. Daardoor heft het wereldproletariaat zichzelf revolutionair op en kan het zich veranderen in een wereldwijde federatie van vrije producenten, die solidair en collectief over de productiemiddelen en producten beschikken. De globale klassen- en staatloze maatschappij is een noodwendigheid voor het wereldproletariaat om hun eigen ellende op te heffen. En zolang de kapitalistische sociale reactie nog niet ieder menselijk leven uitgeroeid heeft – waartoe zij helaas de mogelijkheid heeft – is de klassenloze maatschappij ook een materiaal verankerde mogelijkheid. De revolutionaire mogelijkheden van het wereldproletariaat worden nu al zichtbaar in de revolutionaire tendensen van de reproductieve klassenstrijd. En de sociaalrevolutionaire kleine groepen zijn nu reeds de bewuste uitdrukking van de revolutionaire mogelijkheden van het wereldproletariaat.

Sociaalrevolutionaire groepen opbouwen om strijd te voeren tegen de reactionaire driehoek die de democratische staat, de nazi’s en antifascisme vormen! Deze driehoek is een politiek verschijnsel dat sociaaleconomisch door de kapitalistische productiewijze wordt gevoed en op deze is gebaseerd. Regerend democraten, nazi’s en antifascisten reproduceren de burgerlijke politiek als een maatschappelijke randvoorwaarde van de kapitalistische uitbuiting, waarvan ook de politiek leeft. Alleen de proletarische klassenstrijd tegen het kapitaal en de staat kan het reactionaire handelen van de democratische staat en zijn linker- en rechterzijde beëindigen!

De staat als ideale collectieve kapitalist is met inbegrip van zijn nazi’s en antifascisten nog belangrijk sterker dan de proletarische revolutionairen. De laatsten zijn nu nog erg zwak omdat het praktische en bewustzijnsniveau van de klassenstrijd nog relatief laag is. Maar wanneer de klassenstrijd radicaliseert, zal ook de sociale laag van bewuste proletarische revolutionairen toenemen. In de mogelijke sociale revolutie zal het proletariaat de staat en zijn nazi’s moeten verslaan!

De mogelijke sociale revolutie zal van de politiek linksen niets overlaten. Hun bewust burgerlijk reactionaire delen zullen zich aan de kant van de contrarevolutie plaatsen, terwijl niet weinige hulpeloze linkse kleinburgSTers tussen revolutie en contrarevolutie zullen aarzelen. Alleen het meest eerlijke en meest proletarische deel van de huidige kleinburgerlijk-politieke linksen zal zich in een sociaal revolutionaire kracht kunnen veranderen. Dit zich radicaliserende deel van voormalige politieke linksen zal op de daadkrachtige solidariteit van die proletarische revolutionairen ontmoeten die zich al lang voor hen zelfstandig in sociaalrevolutionaire groepen organiseerden. De bewuste en voorwaarts stuwende subjecten van de sociale revolutie zullen dus de leden van de hedendaagse sociaalrevolutionaire groepen zijn, het meest eerlijke en meest proletarische deel van de voormalige politieke linksen en vroeger relatief passieve proletariër/sters zijn. Kort samengevat: de kleinburgerlijk-politieke linksen samen met hun antifascisme worden verdeeld en vermalen tussen de grootburgerlijke reactie en de proletarische revolutie.

Advertisements
Comments
  1. Kameraad,

    Ik ben weer in het land.
    Ik zal te zijner tijd reageren op het artikel

    arjan de goede

  2. Het artikel is hier en daar echt niet goed te begrijpen.
    Zo schrijf je reproductieve, terwijl je waarschijnlijke reformistische bedoelt.
    Wat is de Duitse versie van dit artikel?

    Totdat ik een beter te begrijpen versie heb gekregen, laat ik het bij enkele algemene opmerkingen:
    Het is heel goed dat artikel ook de democratie probeert te ontmaskeren.
    Maar is het gevaar van de nazi’s net zo groot als in de jaren ’30?
    In de jaren ’30 was de arbeidersklasse ideologisch en fysiek verslagen
    Slechts enkele delen in de periferie boden nog weerstand (Spanje).

    Je schrijft dat de primaire plaats van de strijd tegen het kapitalisme niet de straten en pleinen zijn, maar fabrieken, kantoren, laboratoria, scholen en universiteiten.
    Natuurlijk is het waar dat de staking een verlamming van het productieve apparaat van de bourgeoisie veroorzaakt. Maar daarmee bouwt de arbeidersklasse nog geen ander vooruitzicht op, een vooruitzicht op een maatschappij zonder uitbuiting. Want daarvoor is het nodig dat de strijd van de diverse delen van klasse (de arbeiders, studenten, enzovoort) actief op zoek gaan naar solidariteit van hun klassebroeders. En hoe kunnen ze dit anders doen dan de straat op te gaan?

    • srbeweging says:

      Zo schrijf je reproductieve, terwijl je waarschijnlijke reformistische bedoelt.

      Het is een foutje.

      Wat is de Duitse versie van dit artikel?

      Duitse versie is helaas allen fysiek beschikbaar onder deze
      http://swiderstand.blogsport.de/2012/02/29/neue-broschuere-drei-kraefte-gegen-das-proletariat-der-staat-die-nazis-und-der-antifaschismus

      Maar is het gevaar van de nazi’s net zo groot als in de jaren ’30?

      Het gaat niet om het gevaar. Het gaat ook niet om de nazi`s. Het gaat om de democratie die tegenwoordig zelf geen nazi`s nodig heeft. Zij worden democratisch verkozen en zij mogen willekeurige wetten vaststellen en uitvoeren. Wie ondersteunt de democratie die ondersteunt het kapitaal. Democratie is dictatuur van het kapitaal!

      In de jaren ’30 was de arbeidersklasse ideologisch en fysiek verslagen
      Slechts enkele delen in de periferie boden nog weerstand (Spanje).

      De arbeidersklasse was ideologisch in de jaren 30 verslagen door sociaal-democraten en Sovjet Unie en na de Tweede wereld oorlog was nog fysiek verslagen en heeft zijn revolutionaire strijd helemaal verloren zowel kwantitatief als met bewustzijn. Maar gelukkig zelfs toentertijd waren er nog sociaal revolutionaire groepen die altijd alert waren en hun revolutionaire strijd voerden.

      Je schrijft dat de primaire plaats van de strijd tegen het kapitalisme niet de straten en pleinen zijn, maar fabrieken, kantoren, laboratoria, scholen en universiteiten. Natuurlijk is het waar dat de staking een verlamming van het productieve apparaat van de bourgeoisie veroorzaakt. Maar daarmee bouwt de arbeidersklasse nog geen ander vooruitzicht op, een vooruitzicht op een maatschappij zonder uitbuiting. Want daarvoor is het nodig dat de strijd van de diverse delen van klasse (de arbeiders, studenten, enzovoort) actief op zoek gaan naar solidariteit van hun klassebroeders. En hoe kunnen ze dit anders doen dan de straat op te gaan?

      Eigen terrein is altijd veilig. In eigen terrein weet men alles. Daar kan men alle acties voeren. Stel je voor! In een bedrijf waar arbeiders plannen een staking(is een voorbeeld) te doen. Nemen wij zo aan dat het aantaal van arbeiders 500-800(het kan wel ook meer of minder) is. Wat kunnen zij op straat doen tegen gewapende politie kordons? Zij moeten het bedrijf bezetten en hun eisen stellen daarna verspreiden de acties op andere bedrijven en zo voort. Op deze manier politie kan ook niet zo makkelijk het bedrijf doorbreken. Anderen mogen altijd aansluiten. Natuurlijk straten zijn ook belangrijk maar eerst de terrein bezetten daarna de straten.

  3. Kameraad,

    Ik ben niet zo blij met een discussie waarin we iedere afzonderlijke zin eruit halen om deze vervolgens te bekritiseren. Ik wil graag een meer complete reactie en kritiek op de teksten van elkaar ontwikkelen. Het belangrijkste van een kritiek is niet om elkaar ‘onderuit te halen’ of gelijk te hebben, maar om elkaar te helpen helderder te worden over het wezen van de strijd van de arbeidersklasse in de huidige historische periode. (1)

    Nu is het duidelijk dat er verschillen bestaan tussen de Groep Sociaal Verzet (Sociaal Revolutionaire Beweging) en de Internationale Kommunistische Stroming (IKS). Maar als we elkaar bekritiseren, dan hoop ik dat we dat doen omdat we een gemeenschappelijke basis hebben, namelijk de strijd van het internationalisme van de drie voorgaande (Ie, IIe en IIIe) Internationales tegen
    – de onmenselijke kapitalistische uitbuitingsverhoudingen
    – de ideologische en fysieke repressie door de burgerlijke staat

    Met ideologische repressie bedoel ik onder meer de democratie (dat inderdaad ook een vorm van dictatuur van het kapitaal is en niet minder gevaarlijk dan een totalitaire staat, zoals die van het stalinisme of het nationaal-socialisme), maar ook het nationalisme.

    Ik ben ermee akkoord dat de arbeidersklasse in de jaren 1930 ideologisch was verslagen door de sociaal-democraten en (ik zeg liever) het stalinisme. Maar dit maakt volgens mij alleen maar duidelijk dat, net zoals jij schrijft, hoe gevaarlijk en verraderlijk de voormalige arbeidersorganisaties (sociaal-democratie en het latere ‘bolsjewisme’) en hun ideologie geworden waren voor de arbeidersstrijd.

    Ik kan heel goed begrijpen dat er in het artikel een grondige kritiek wordt geleverd op de democratie en zelfs op het nationaal-socialisme (c.q. fascisme). Maar het grootste gevaar op dit moment is toch niet de laatste, maar de democratie. Het zijn niet de nationaal-socialisten (of fascisten) die momenteel in staat zijn de arbeiders massaal te misleiden en voor hun ‘strijd’ te winnen. Zoiets mag eerder verwacht worden van de democratie. Want de democratie is bijna heilig, dat is iets waar je niet aan mag komen en wat met hand en tand verdedigd moet worden. En daar is de hele bourgeoisie het over eens, van uiterst links tot uiterst rechts (zelfs de populisten).

    Misschien begrijp ik het artikel niet zo goed, maar ik zie niet goed waarom er in het artikel zo breed ingegaan wordt op nationaal-socialisten (fascisten).“Das schließt nicht aus, sondern ein, dass wir auch den Nazis dort ein paar Schläge verpassen, wo es notwendig, sinnvoll und möglich ist.” (….) “Sozialrevolutionäre Gruppen aufbauen um gegen das reaktionäre Dreieck, welches der demokratischen Staat, die Nazis und der Antifaschismus bilden, zu kämpfen! Dieses Dreieck ist eine politische Erscheinung, welche sozialökonomisch von der kapitalistischen Produktionsweise genährt wird und auf dieser beruht.”

    Ik ben van mening dat de drie: de democratie, het anti-fascisme (is ook een vorm van de verdediging van de democratie) en het nationaal-socialisme niet een werkelijke driehoek vormen. Het gevaar van de eerste twee is duidelijk, maar het gevaar van de laatste is aanzienlijk minder. De arbeidersklasse laat zich niet meer gauw bedriegen door het nationaal-socialisme. Net zoals er in de Verenigde Staten een Vietnam-trauma bestaat, zo bestaat er in Duitsland nog steeds een trauma van de Tweede Wereldoorlog van: vandaar dat het anti-fascisme nog zo sterk is en nog zoveel invloed heeft, 75 jaar na het gebeuren.

    Ik ben het over het algemeen eens met de zinsnede in je reactie: “Zij moeten het bedrijf bezetten en hun eisen stellen daarna verspreiden de acties op andere bedrijven enzovoort. (…) . Anderen mogen altijd aansluiten. Natuurlijk, straten zijn ook belangrijk, maar eerst het terrein bezetten daarna de straten.”

    Maar dan stelt zich allereerst de vraag: hoe zit het met de steeds groter wordende massa aan werklozen? Hoe kunnen die hun strijd voeren, hoe kunnen die zich bij de strijd in de bedrijven vervoegen? Vormen de gebeurtenissen op het Tahirplein in Cairo en Puerta del Sol in Madrid geen aanwijzing hoe de strijd gevoerd kan worden door die delen (kinderen en ouderen) binnen de arbeidersklasse die nog niet of niet meer werken? Er werd zeker ook slag geleverd werd met de staatsterreur, maar dat gebeurde met name in de periode van neergang van de strijd. Maar in de eerste periode hebben de arbeiders (en er waren niet alleen arbeiders) in die strijdbewegingen hele belangrijke ervaringen opgedaan, onder andere met de organisatie van algemene vergaderingen.

    Verder vind je het wel belangrijk dat de strijd beschermd wordt tegen de politie, maar hoe zit het ‘de politie in het bedrijf’, de vakbonden? Die hebben wel toegang tot de bedrijven en zijn ervoor opgeleid en erin gespecialiseerd om de strijd van binnenuit kapot te maken. Neem voorbeeld de nieuwe strategie van ‘organising’, die de vakbonden hebben overgenomen uit de Verenigde Staten. Hierbij wordt de nadruk gelegd op het leggen van contacten binnen een groep werknemers, het vinden van de ‘juiste’ personen met een zekere status in de groep, het activeren van deze mensen door samen met hen breedgedragen, collectieve en oplosbare kwesties aan te vechten. Net zoals naar mijn idee de democratie gevaarlijker dan het fascisme, is de vakbond (die over het algemeen beschouwd wordt als een organisatie van de arbeiders) gevaarlijker dan de politie.

    Tot zover mijn eerste wat uitgebreidere reactie.

    (1) Zie: “De debatcultuur: Een wapen van de klassestrijd” (http://nl.internationalism.org/node/655)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s