Archive for December, 2011

Tegenstrijdigheid van reproductieve klassenstrijd 

Dankzij zijn positie in het kapitalistische systeem is het proletariaat noodgedwongen om de klassenstrijd te houden. Anders, onder het commando van het kapitaal zal hij tot de dood werken. Maar omdat het proletariaat zichzelf reproduceert door middel van klassenstrijd, reproduceert hij ook de kapitalistische verhoudingen en de staat. Reproductieve klassenstrijd(R.K) is een deel van vermenigvuldiging en modernisering van het kapitaal. Bijvoorbeeld leidt (R.K) tijdens klassenstrijd door het proletariaat verdiende verkorting van arbeidsdag tot de verdikking van het werk zodat het proletariaat in korte tijd nog meer winst makt. Salarisverhoging kan tot vervanging van arbeidskracht op werkbanken of machines leiden om rendabel te produceren, productie verplaatsing naar landen waar het salaris laag is en nog het verplaatsen van het productiekapitaal naar sector van financiële speculatie. Al deze inspanningen verhogen de werkloosheid die nog op het salaris drukt. Indien het salaris van de arbeiders groeit sneller dan hun productiviteit dan wordt de productie onrendabel. Zulke dingen gebeurden, tijdens de Internationale stakingen van 1968 – 1974. De reactie van het kapitaal was het neoliberalisme dat leidt tot verergering van uitbuiting van het proletariaat, nederlaag van het staatskapitalisme in de Koude Oorlog, deregulering in de landen van privé kapitalisme en nationalisatie. Hoewel de neonliberalistische aanval van het kapitaal verhoogde de norm van de meerwaarde maar viel de kooplust van het proletariaat op consumptiegoederen. Daardoor vil de kapitalisten winst op zo veel gebieden bijvoorbeeld in auto-industrieën.

In deze situaties beginnen reformisten te eisen om kapitalisten juist tijdens van de reproductiecrisis salaris te verhogen. Maar juist tijdens de crisis moet het kapitaal de mate van uitbuiting vergroten, bijvoorbeeld, de duur van de werkdag verlengen en de lonen snijden. Vervolgens in het kapitalisme kan er geen agressief politiek zijn met betrekking tot salaris, wat dat reformisten willen, maar wel proletarische aanval op de loonarbeid. Maar geïnstitutionaliseerde arbeidersbewegingen (sociaaldemocraten en “communistische” partijen, en alle vakbonden) zijn niet geschikt zo een dergelijke aanval te verwezenlijken want die arbeidersbewegingen zijn voor abstracte beweging, voor geld, d.w.z. voor loonarbeid.

Partijen reproduceren de burgerlijke klassen heerschappij. Aan de ene kant staan de professionele politici (partijelite), aan de andere kant staan de loonarbeiders (gewone leden). Op deze manier de professionele politici zijn een onderdeel van de heersende klasse. Man kan dus geen proletarische politiek zijn maar het proletarische politiek kan alleen afgeschaafd worden door proletariaat dat dat tegelijkertijd de revolutionaire zelfvernietiging van het proletariaat is. De zogenaamde “Arbeiders partijen” gaven het leven aan de bureaucratie van hun eigen organisaties kleinburgerlijke professionele politici. Dat organisaties sterft door middel van het nemen van verantwoordelijkheid in de regering na om de kapitaalverhoging te beheren waardoor zij tot de grote bourgeoisie behoren. De Sociaaldemocratische Partijen waren en eigenlijk er zijn kleinburgerlijke reformistische partijen die zijn geïntegreerd in het dominante parlementarisme. De Duitse sociaaldemocratie begon te behoren tot de grote bourgeoisie door middel van het medeorganisatie de IWO en door het bedwang van de revolutionaire proletarische opstand in 1918-1923.

Bolsjewisme nam de staatsmacht in Rusland, door middel van een bureaucratische coup d’etat(staatsgreep), natuurlijk met behulp van de proletarische en boeren illusie in eerste fase. Bolsjewieken nationaliseerden de productie middelen d.w.z. staatskapitalisme bouwen. Op deze manier kleinburgerlijke partijbureaucraten van de bolsjewieken, na de Oktoberrevolutie werden de heersende klasse van de grote burgerij in Sovjet-Unie.

Marx en Engels waren radicale critici van het kapitalisme. Dankzij hun kunnen we kritiseren zogenaamde partijmarxisme als staatskapitalistische ideologie. Maar als politici en ideologen van geïnstitutionaliseerde arbeidersbeweging zijn ze nog stamvaderen van sociaaldemocratie en partij “communisme” die daadwerkelijk valse vorm van anticommunisme is.

Vakbondsbureaucratie regelt het salaris niveau met het kapitaal en de staat door middel van collectieve overeenkomsten. Dusdanig wordt het de medebeheerder van het veranderlijk kapitaal d.w.z. de medebepaler van de prijs van het product arbeidskracht. De garant van het arbeidsrecht is de staat en diegenen die erkennen dit recht. Ze oriënteren zich om legalisme en sociale partnerschap. Diegenen die nastreven net als bepaalde anarchosyndicalisten, rechtspersoonlijkheden om Tariefovereenkomst te sluiten zijn niet in staat om tegelijkertijd de vijand van de kapitalistische staat te zijn. Niet alleen officiële vakbonden maar ook anarchosyndicalistische ondersteunen de leus “Er is geen werk, zonder salaris!” terwijl de proletarische revolutionairen slechts een leus mogen hebben: “Weg met loonarbeid!”. Zo zijn de hedendaagse anarchosyndicalisten. Aan de ene kant een echt beleid van vakbonden en aan de andere agendaatjes “tegen loonarbeid”.

Industriële raden van bedrijven zijn de vormen van de economische democratie, d.w.z. de vormen van sociale dictatuur van het kapitaal. Alle reformisten vanaf officiële vakbonden tot en met anarchosyndicalisten uit de Eerste Wereldoorlog rekenen op industriële raden terwijl de proletarische revolutionairen op de compromisloze ongeïnstitutionaliseerde klassenstrijd mogen rekenen.
Open Text: Revolutionairen stellen tot de reformistische praatjes van economische democratie en een aanvalstrijd voor de proletarische dictatuur tegen. Natuurlijk, onder de proletarische dictatuur bedoelen wij geen staatskapitalistische partij dictatuur, zoals de meeste marxisten, maar strijdlustige sociale en anti staatkundige strijd van het proletariaat. De proletarische dictatuur kan niet de staatsvorm nemen, zoals werd beweerd door de marxisten, maar kan alleen de staat vernietigen door het proletariaat. De proletarische dictatuur is die stalen bezem die uitveegt de kapitalistische blubber. Al tijdens de reproductieve klassenstrijd is het proletariaat gedwongen dictatoriaal op te treden en het geweld toe te passen tegen kapitalisten, managers, politie en strijkbrekers.

In zijn klassenstrijd moet proletariaat geen aandacht besteden aan dergelijke burgerlijke ideeën als mensenrechten. Tijdens de Franse Revolutie waren bv de proletarische organisaties verboden onder de mantel van dat zij de mensenrechten schenden van hun uitbuiter. Zo wordt het duidelijk de sociale inhoud van de mensenrechten. Dat zijn de rechten van het kapitaal die zonder belemmering uitbuiten en onderdrukken het proletariaat. Degenen, die belemmeren worden, in gevangenis gezet, gemarteld en vermorden. Degenen die voor het kapitaal zijn, zoals het verspreiden is onder de links, die eisen om de mensenrechten te beschermen, bekennen zij ook de dictatuur van het kapitaal want revolutionaire afschaffing van het proletariaat betekent dus niet de uitvoering van de mensenrechten in het leven maar hun vernietiging. Ook tijdens de klassenstrijd moet het proletariaat geen aandacht geven op de mensenrechten van zijn klasse vijand. Alleen de kleinburgerlijke pacifisten kunnen op dezelfde schaal zetten het geweld van de onderdrukkers (dictatuur van het kapitaal) en het geweld van de onderdrukten (dictatuur van het proletariaat). Het proletariaat is niet in staat zonder geweld zelfs salarisverhoging te bereiken of werkdag te verkorten. Zegt u maar hoe hij(het proletariaat) zonder geweld zichzelf kan afschaffen! De proletarische dictatuur is noodzakelijk voor de klassenstrijd. Natuurlijk, dat begrippen zijn door de marxisten-leninisten verdraaid. Zij noemden het de dictatuur van het staatskapitaal. Echter moeten wij communisten anticommunisten geen recht geven om te dicteren ons onze concepten. Wij maken gebruik van het begrip Proletarische dictatuur heel bewust om grote en kleine bourgeois democraten te laten zien dat we niet willen integreren in het systeem van de dictatuur van het kapitaal net als de politieke partijen en vakbonden.

Natuurlijk, de proletarische dictatuur is geen zelfdoel. In de reproductieve klassenstrijd is de proletarische dictatuur een middel om het doel te bereiken om de lonen te verhogen, in te korten de werkdag of de sluiting van een bedrijf te voorkomen. Tijdens de sociale revolutie maakt de proletarische dictatuur een doelstelling om de staat te vernietigen en af te schaffen van de kapitalistische warenproductie waarmee zelf als klasse afgeschaafd te worden. De reproductieve dictatuur van de proletarische klassenstrijd kan niet volledig duidelijk gemanifesteerd worden. Maar in de sociale revolutie moet hij zijn meedogenloosheid tegen gewapende contrarevolutie laten zien en tegen ongewapende de repressieve tolerantie te tonen.

Al in het kader van de reproductieve klassenstrijd heeft de proletarische dictatuur revolutionaire tendenties. De oorzaak van de proletariaatarmoede is verborgen in het kapitalistische privé-eigendom van productiemiddelen, in de aard van kapitaal, in warenkarakter van het arbeidsproduct en het feit dat het proletariaat binnen het arbeidsproces een productief veranderlijk kapitaal is. Catastrofale positie van het proletariaat al in de alledaagse klassenstrijd dwingt hem af om het kapitaal en privé-eigendom van productiemiddelen en warenkarakter van het arbeidsproduct te vernietigen. Dat zijn de revolutionaire tendenties van de reproductieve klassenstrijd die vaak instinctief en onbewust is. De taak van de proletarische revolutionairen is dat zij instinctieve of onbewuste bewust maken want de sociale revolutie kan niet spontaan en instinctief overwinnen. De sociale revolutie eist kolossale bewustheid en enorme organisatieaard. De fout van traditioneel radencommunisme was dat zij onderschatten bewustzijn en het belang van de organisatie van het proletariaat voor de revolutie. Maar de partij en de vakbond zijn geen revolutionaire organisaties en het revolutionaire bewustzijn betekent geen partijmarxisme en geen anarchosyndicalisme maar de proletarische ZELFORGANISATIE in de klassenstrijd. De vormen van proletarische zelforganisatie zijn staking comités, algemene bijeenkomsten, arbeidersraden ect.. Indien zij tendenties van sociaal leven hebben en onttrekken deels de staatsmacht dan worden ze in het embryo een vorm van proletarische dictatuur.

Logisch dat de proletarische klassenstrijd tijdens de relatief stabiele periode voornamelijk reproductief en reformistisch is. Maar het is een strijd, zoals we gemerkt hebben, die onbewuste revolutionaire tendenties bevatten die in sommige omstandigheden veel meer radicalisering kunnen ondervinden. Proletarische revolutionairen hoeven zich niet met sektarisch manier van de “reformistische” klassenstrijd af te keren maar ook in geen geval aan dat strijd zich aan te passen, net als het partijmarxisten en anarchosyndicalisten doen. Pas voor de sociale revolutie moeten proletarische revolutionairen in een maaswerk worden georganiseerd en verenigd, aan de overkant van partijmarxisme en anarchosyndicalisme, in sociaalrevolutionaire groepen in plaats van partijen en vakbonden. De sociaalrevolutionaire groepen zijn geen avant-garde van het proletariaat. Zij belichamen bewust slechts instinctieve en onbewuste revolutionaire tendenties van de reproductieve klassenstrijd. Ze mogen alleen in minderheid zijn want als het proletariaat in zijn meerderheid revolutionair is zou het zich organiseren in de revolutionaire massaorganisaties. En in de eerste plaats zal het proletariaat de revolutie doen. Dus, de sociale revolutionaire subjectiviteit in revolutionaire periode betekent dat zij (sociaalrevolutionaire groepen) in niet-revolutionaire tijden zijn posities onderstaan in de extreme minderheid.

Objectieve omstandigheden van sociaalrevolutionaire subjectiviteit

Sociale revolutie betekent dat de revolutionaire subjectiviteit van het proletariaat zo groot is dat hij (proletariaat) probeert sociaal zich af te schaffen. Wanneer het kan plaatsvinden en wanneer de poging van de sociale bevrijding kan lukken, hangt het van objectieve omstandigheden af. Maar de sociaalrevolutionaire subjectiviteit van het proletariaat is een objectieve premissie voor de revolutionaire zelfafschaffing (zelfliquidatie). Alleen de proletariërs die niet meer een massamanoeuvre van het kapitaal en de staat willen zijn en hartstochtelijk begeren voor sociale bevrijding en staan klaar in de slechte omstandigheden te bestrijden, hebben revolutionaire subjectiviteit zonder welke geen revolutie mogelijk is.

De revolutionaire subjectiviteit is geen realistische politiek maar een echte afbreking met het politiek. Hij buigt zich niet voor de economische wetmatigheid van kapitalistische productie maar streeft na hem te vernietigen. Het revolutionair proletariaat is antipolitiek en antikapitalistisch en hij heeft de moed te verliezen en laat zich niet ontmoedigen. Dit is enige manier waarop hij ooit kan winnen. De sociale revolutie ontvlamt niet daar waar de overwinning voorwaarden de beste zijn maar daar waar de grootste tegenstrijdigheden zijn. De Russische Revolutie bijvoorbeeld had heel revolutionaire proletariaat die een minderheid van de bevolking vormde en niet tot het einde geëmancipeerd was van de landmanschap. Zo een proletariaat kon zich niet afschaffen. Maar zijn grote poging die het meest belichaamd was in Opstand van Kronstadt tegen de bolsjewistische staatskapitalisme, staat tot nu toe los als voorbeeld van de revolutionaire subjectiviteit. Wie niet bereid is in de slechte omstandigheden te bestrijden, zal hij nooit in goede omstandigheden kan winnen!

Revolutionaire situatie komt op het moment dat het proletariaat niet meer kan en wil leven zoals voorheen en de beheersende klasse van kapitalisten (kapitalisten, managers, professionele politici, vakbonden en hoge ambtenaren en bassen) is niet langer in staat om te regeren. In dergelijke gevallen wordt de heftige toename van de absolute(reële lonen dalen en de werkloosheid groei) en de relatieve (winst sneller groeit dan de salarissen) armoede van het proletariaat de objectieve premissies voor de revolutionaire situaties. De revolutionaire situatie komt niet per se wanneer een crisis begint. Want de Internationaal stakingen bv in 1968-1974, die sterke revolutionaire tendenties hadden, vonden plaats in naoorlogse economische groei. Toen vormden embryonaal de Franse en Italiaanse proletarische ZELFORGANISATIES proletarische dictatuur. In dit geval kan men zelfs zeggen dat de proletarische martialiteit van toen de winsten van kapitalisten verminderde en tegelijkertijd veroorzaakte de navolgende crisis. De internationale stakingen in 1968-1974 was een poging van het proletariaat om zijn relatieve armoede te beëindigen. Maar alle gedeeltelijke overwinningen werden in werkelijkheid de nederlagen want klassenstrijd beëindigde niet met de revolutionaire zelfafschaffing(zelfliquidatie) van het proletariaat. Het antwoord van het kapitaal op deze “overwinningen” was de neoliberalisme.

Niet alle crisissen van het systeem leidt automatisch tot de toename van de klassenstrijd. Vooral na zware economische nederlaag, de opeenvolgende crisis kan repressieve invloed op het proletariaat hebben en min of meer zonder weerstand hem mobiliseren om de crisissituatie toe te laten. Een van de oplossingen is de imperialistische oorlog. Dusdanig, de objectieve omstandigheden voor revolutionaire situaties kunnen zich voordoen zowel tijdens de economische groei als tijdens de crisis. En niet alle crisissen beëindigen automatisch tot klassenstrijd verscherping. Evenzo is het ingedeeld de objectieve technische omstandigheden van sociale revolutie. Het bekende ontwikkelingsniveau van de voortbrengingskracht waarmee tobben en tot nu toe tobden marxisten, wordt door velen bekeken veel technisch en dogmatisch. Vanzelfsprekend, met behulp van computer is gemakkelijker een klasseloze maatschappij te bouwen dan m.b.v. de hamer en sikkel. Maar tegelijkertijd ook de ontwikkeling van de kapitalistische productie leidt tot de verscherping van ecologische crisis. Aan de ene kant verscherpt een dergelijke crisis de tegenstrijdigheden van het kapitalisme. Оp deze manier leidt de crisis welbeschouwd tot het rijpen revolutionaire situatie. Tegelijkertijd loopt de leefomstandigheden voor mogelijke toekomstige klasseloze maatschappij achteruit. Ofwel de groeiende kapitalistische globalisering van de productie en de marktgroei zijn natuurlijk een sociaal conservatief(reactionair) proces, maar aan de andere kant, hij moedigt de globalisering van de proletarische weerstand aan. De wereldweide voedselcrisis bijvoorbeeld in 2007/2008 leidde tot de honger rellen voor meer dan in 40 landen.